Reisverhaal schrijven? Begin alsjeblieft niet over de aardige bevolking

reisverhaal schrijven, reisjournalistiek

Ga je een reisverhaal schrijven? Zet dan alsjeblieft niet in je artikel dat de bevolking zo aardig is. Dat is zomaar een tip van Iris Hannema, ook wel ‘de stoerdere versie van Floortje Dessing‘ genoemd. Als iemand weet hoe je een reisverhaal schrijft, is zij het. Hannema bezocht 100 landen en schreef verhalen voor onder meer National Geographic, nrc.next, Vogue, en Trouw. Kortom: ze weet veel van reisjournalistiek. Een greep uit haar werkplekken van de laatste 10 jaar: een boot op de Amazone, de sloppenwijken van Rio en een salsaclub in Addis Abeba.

Klinkt als een jaloersmakende baan, maar een reisverhaal schrijven is niet alleen maar spannend en avontuurlijk. Hannema zit ook grote delen van de dag te werken achter haar laptop. Hoe verwerkt ze haar ervaringen tot aansprekende artikelen? Welke woorden vermijdt ze en vanuit welk perspectief schrijft ze graag?

Zeven vragen aan één van de beste reisjournalisten van Nederland. Ga je zelf een reisverhaal schrijven, opletten!

Ik kan me voorstellen dat er veel clichéwoorden op de loer liggen bij het schrijven van reisverhalen, ‘hagelwitte stranden’, ‘authentieke straatjes. Gebruik jij dit soort woorden veel, of vermijd je ze juist bij reisjournalistiek.

Iris Hannema: Lees ik dit soort clichéwoorden in een intro, dan haak ik meteen af. Een reisverhaal schrijven is niet hetzelfde als een advertentie schrijven.  In mijn boek Het bitterzoete paradijs dat net uitgekomen is bij De Arbeiderspers, zat ik met het veelvuldig terugkerende woord ‘paradijs’. Er zijn geen goede synoniemen voor het woord, behalve de beschrijving ervan. Maar ook dat wordt snel een cliché. Als ik bijvoorbeeld op een ‘paradijselijk strand’ was – palmboom, blauw water, wit zand – dan keek ik naar de details die afweken van het plaatje. Vreemd in elkaar overlopende kleuren, duivelachtige takken aan bomen, zeemeeuwen met staarten, het vergezicht. Die beschreef ik. Maar ik schreef ook over hoe het er rook en  hoe ik mezelf zelf voelde.

Hoe neem je de lezer mee in een reisreportage: welke dingen beschrijf je en welke juist niet als je reisjournalistiek bedrijft?

Iris Hannema: Ik wil mensen bij het lezen van mijn verhalen absoluut niet het gevoel geven dat ze iets missen door er niet geweest te zijn. Ik houd mijn verhalen graag klein, zoom in op één plek, bijvoorbeeld een salsaclub in Addis Abbeba. In zo’n verhaal past van alles: cultuur, gekkigheden, sfeer, taal, ontmoetingen, mijn verwachtingen. Mij fascineert het onverwachte, wat ik zelf verrassend vind en niet had gedacht ergens aan te treffen:  een flamboyante kunstscène in Kosovo bijvoorbeeld, of extravagante travestieten op het eiland Samoa.

Een reisverhaal schrijven kan vanuit verschillende perspectieven: de eerste persoon, de derde persoon, je kunt jezelf ook helemaal weglaten uit het verhaal. Wat werkt volgens jou het beste?

Een reisverhaal schrijven kan wat mij betreft alleen in de ik-vorm. Reizen is nooit objectief, altijd subjectief. Wie de schrijver is beïnvloed de verhalen in alles: reiservaring, leeftijd, uithoudingsvermogen, hoe je je voelt, of je man of vrouw bent, of je alleen reist, of het je vijftiende of je honderdvijftigste land is dat je bezoekt. Ik wil altijd weten wie de auteur van het reisverhaal is dat ik lees, anders mis ik gevoelsmatig de context van het verhaal.

Welke mensen laat je aan het woord in je artikelen? Wie interview je?

In mijn boek beschrijf ik mijn ergernis aan mensen die te pas en te onpas roepen dat ‘de bevolking hier of daar zo ontzettend vriendelijk’ is. Dan denk ik: maar wie heb je dan precies gesproken? De gids, de receptionist, de taxichauffeur, de ober? Die worden er namelijk voor betaald om aardig te zijn tegen toeristen. Je kunt natuurlijk nooit ‘de bevolking’ aan het woord laten, net als dat je in een verhaal niet kunt concluderen dat ‘de mensen aardig’ of ‘onaardig’ waren. Ik quote fragmentarisch mensen die ik ontmoet om mijn verhaal kracht bij te zetten, een gevoel van een plek te versterken, maar liever niet de mensen die met toeristen werken.

Hoe kies je goede bestemmingen? Volg je alleen je eigen interesse, of houd je ook rekeningen met andere dingen (welke verhalen kan ik het beste verkopen?)

Iris Hannema: Ik onderneem alleen reizen die ik wil maken. Ik ben toen ik begin twintig was begonnen met reizen omdat ik avontuur wilde. Ik was bang voor een leven dat plots in huisje-boompje-beestje zou veranderen. Reisverhalen schrijven was een manier om het reizen te kunnen financieren en lekker lang weg te kunnen blijven. Langzaam ben ik van schrijven gaan houden, maar dat heeft lang geduurd. Ik denk nog steeds niet ‘landje-factuurtje’, ik denk aan waar ik zin in heb om naar toe te gaan. Toen ik bijna tien jaar geleden naar Colombia vertrok, wilde werkelijk niemand er iets reizerigs over hebben. Uiteindelijk denk ik dat Colombia een van de landen is waar ik in mijn carrière het vaakst over geschreven heb.”

Wat voor activiteiten onderneem je bij het reizen? 

Iris Hannema: Ik probeer zoveel mogelijk ‘normale dingen’ te doen. Als een local te leven: appartementje huren, mensen leren kennen, koffie drinken, uitgenodigd worden bij iemand thuis, taalles volgen, snappen waar ik ben. Ik kan me niet heugen dat ik ben gaan raften of met een gids ergens heen ben geweest.”

Welke reisverhalen lees je zelf.  Welke schrijvers inspireren je?

Iris Hannema: Ik lees ontzettend veel, vooral romans die gesitueerd zijn in een bepaald land of gebied. Schrijvers die me hebben geïnspireerd tot reizen zijn: Gabriel Garcia Marquez, Mario Varquez Llosa, Jorge Amado, Herman Hesse, Ryszard Kapuściński, James A. Michener, Paul Theroux.

Lezen op een beeldscherm of e-reader vind ik verschrikkelijk, dus reisblogs gaan volledig langs mij heen en tijdschriften lees ik nauwelijks. Ik blader wel altijd even door de in-flight magazines in vliegtuigen, daar haal ik zelfs weleens een reisidee uit. Nadeel is dat ze weinig rouleren en dat als je veel vliegt, je steeds dezelfde edities tegenkomt.

 Samenvatting:

Wil je een reisverhaal schrijven? Knoop dan de volgende adviezen van Hannema in je oren.

  • Houd je verhaal klein, zoom in op één plek of activiteit.
  • Denk vooraf na over de vorm van je reisverhaal. De ik-vorm is erg geschikt omdat een reisverhaal nooit objectief is.
  • Onderneem verrassende activiteiten, vraag advies aan de lokale bevolking
  • Kies voor verrassende interviews in je reisverhalen, dus niet de taxichauffeur, of de gids, wél een lokale kunstenaar of inwoner van de sloppenwijk.
  • Vermijd clichéwoorden zoals paradijselijk, hagelwit, en authentiek.

 

In haar nieuwe boek Het bitterzoete paradijs beschrijft Hannema op meeslepende wijze haar avonturen op verschillende eilanden in de Stille Oceaan. Zo ontmoet ze de koning van Tonga, wordt ze beroofd en vindt ze ‘onderwaterliefde’. Kijk hieronder de boektrailer.

Geen schrijftips missen en meer lezen over reisjournalistiek? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief of volg me op Twitter en Facebook.

Lees ook:

Achtergrondartikel schrijven? Denk aan de notendop-alinea

In 7 stappen een goed nieuwsbericht schrijven

7 tips voor korte e-mails waarop je sneller antwoord krijgt

Schrijftips van de schrijfster van ‘Het meisje in de trein’

Zo maak je een tekst aantrekkelijker met synoniemen

 

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

Ontvang maandelijks de beste schrijftips (gratis)

Verhelder je teksten