Pitchen: waarom je soms op je bek moet gaan om artikelen te verkopen

Pitchen

Mijn eerste ervaring met het pitchen van ideeën voor artikelen beleefde ik op de School voor Journalistiek. Ik vond mezelf heel wat en stuurde een paar voorstellen naar het populair wetenschappelijk tijdschrift KIJK.

De hoofdredacteur antwoordde met een kort mailtje. ‘We hebben niet zulke goede ervaringen met mensen van de School voor Journalistiek. We werken eigenlijk alleen met universitair opgeleide schrijvers. Daarnaast zijn alle ideeën die je voorstelt al eens uitgevoerd.’

Ik wilde het al opgeven. Maar aan het einde van het mailtje, stond een zin die me een klein beetje hoop gaf. ‘Je ideeën zijn weliswaar al uitgevoerd, maar ze zaten wel in de goede richting. Je kunt altijd wat nieuwe voorstellen pitchen.’

Die twee zinnetjes geven precies weer wat ik zo leuk vind aan mijn werk als journalist. Het maakt uiteindelijk niet zo veel uit wie je bent en wat voor opleiding je hebt gedaan. Of je nu verpleegkunde of Chinees hebt gestudeerd, wanneer je een origineel idee voor een artikel bedenkt, maak je altijd een kans.

In de afgelopen jaren heb ik veel ideeën verkocht aan redacties, maar ik ben ook regelmatig op mijn bek gegaan. Hieronder lees je wat ik ervan heb geleerd.

Stop jezelf niet in de spamfolder

Voordat je een redactie overlaadt met ideeën; weet wie je benadert. Stuur geen mailtje naar het algemene adres van een krant of blog, dat is meestal een vergaarbak van spam. Zoek in plaats daarvan het persoonlijke e-mailadres van de persoon die beslist over de rubriek. Dat lukt meestal via Google, maar je kunt ook gewoon bellen en erom vragen.

 Zet niet te hoog in

Als je nog nooit eerder een artikel hebt gepubliceerd, begin dan niet meteen bij NRC, De Volkskrant of De Correspondent. Bekijk de schrijfwereld als een soort trap die je beklimt. Zelf begon ik ooit bij een huis-aan-huisblad (De Delftse Post), daarna stapte ik over naar achtereenvolgens de Haagsche Courant, het AD en de Volkskrant.

In deze tijd zijn liggen er vooral online veel kansen voor beginnende journalisten. Bij publicaties als Scientias en Vice zoeken ze volop schrijvers.

Leg de nadruk op je ideeën

Redacties zijn druk en worden overladen met mails. Natuurlijk kun je jezelf kort introduceren, maar houd het kort en feitelijk: som op voor welke publicaties je eerder hebt geschreven, of welke opleiding je hebt gedaan. Veel belangrijker zijn je ideeën. Bedenk goede artikelvoorstellen. Daarmee laat je zien wat jij concreet kunt betekenen voor de krant, het tijdschrift of het blog.

Weet waar je pitcht

Analyseer de krant of de website voordat je een mailtje met ideeën stuurt, word eerst een lezer, dan pas een schrijver.

Ooit stuurde ik drie ideeën naar de wetenschapsredactie van een grote landelijke krant waar ik zelf geen abonnement op had. Ze werden allemaal afgeschoten. De redacteur schreef er zelfs bij dat mijn voorstellen totaal niet bij de krant pasten.

Zes jaar geleden stuurde ik een mailtje naar de grootste nieuwssite van Nederland, die ik zelf dagelijks lees. Het was me opgevallen dat ze weinig wetenschapsnieuws hadden en ik besloot mezelf als freelancer aan te bieden. Dat ene mailtje heeft me zes jaar werk opgeleverd, ik schrijf nog steeds voor ze.

Durf op je bek te gaan

Pitch niet alleen ideeën waarvan je zeker weet dat ze in de stijl van een krant of tijdschrift passen. Voor de hand liggende onderwerpen kunnen ze zelf ook wel bedenken. Een artikel over de Verschrikkelijke Sneeuwman zou je niet meteen op de wetenschapspagina’s van de Volkskrant verwachten, maar ik verkocht het in 2012 wel aan de krant.

Het doorgaans zeer serieuze NRC schreef al meerdere malen over mensen die zich laten invriezen in de hoop dat ze ooit tot leven kunnen worden gewekt en begon in 2014 een blog over de ananas. Kortom: doe eens een raar voorstel en kijk hoe het uitpakt.

Natuurlijk werkt dat niet altijd. Toen ik in 2015 een groot verhaal wilde schrijven over de veiling van een reusachtig ei van een olifantsvogel, had geen krant of tijdschrift interesse.

Geef je contactpersoon de tijd

Als je na het pitchen geen reactie krijgt, stuur dan niet meteen nog een mailtje. Na een week nog niets gehoord? Stuur dan een reminder, maar vat de stilte niet persoonlijk op: maak geen verwijten en schrijf simpelweg dat je benieuwd bent wat de redactie van je idee vindt. Redacteuren zijn nu eenmaal druk.

Pitchen is: je verlies nemen

Hoor je na een tweede mailtje nog steeds niets, stop je energie dan in een volgende klant. De redacteur heeft dan andere dingen aan zijn hoofd en vond je idee waarschijnlijk gewoon niet goed genoeg.

Toen de eerder genoemde chef van een grote krant in het begin van mijn freelancersbestaan drie van mijn ideeën afwees, raakte ik lichtelijk gefrustreerd en schreef ik hem dat hij het publiek van zijn krant niet snapte. Dat was kinderachtig, dom en werkte natuurlijk averechts: het contact was weg. Maak die fout niet.

Houd vol

Een mislukte pitch hoeft helemaal niet het einde van een contact te betekenen. Als je beleefd blijft en je verlies neemt, kun je het een tijdje na een eerste afwijzing best nog eens pitchen.

Uiteindelijk verkocht ik als student journalistiek na een eerste afwijzing van de hoofdredacteur van KIJK toch een artikel aan het blad: een verhaal over vleesetende planten. Later ging ik stage lopen op de redactie en vandaag de dag schrijf ik nog steeds voor KIJK.

Wil je meer tips over schrijven, pitchen en publiceren? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief of volg me op Twitter.

 

3 Comments, RSS

  1. Pingback/Trackback

    april 5, 2016 @ 8:36 am Beantwoorden

  2. Pingback/Trackback

    april 7, 2016 @ 8:06 am Beantwoorden

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

Ontvang maandelijks de beste schrijftips (gratis)

Verhelder je teksten