Schrijven algemeen

virginia-woolf

In deze blog vertel ik je wat tangconstructies zijn, hoe je ze vermijd en waarom je ze soms ook gewoon moet laten staan, net als de beroemde schrijfster Virginia Woolf (zie foto).

Ik dacht altijd dat ik tangconstructies bijna automatisch vermeed bij het schrijven van artikelen. Maar toen ik wat oude berichten van mijn hand op nu.nl bekeek, was het niet moeilijk om er een paar te vinden.

In de honing die bijen aan hun koningin voeren, belanden vaak kleine hoeveelheden ziektekiemen die de werkers elders hebben opgepikt.

De van T-shirts gemaakte luiers zijn volgens onderzoekster Kathy Townsend wel geschikt om de poep van de dieren op te vangen.

Wat is een tangconstructie?

In de honing die bijen aan hun koningin voeren, belanden vaak kleine hoeveelheden ziektekiemen die de werkers elders hebben opgepikt.

De van T-shirts gemaakte luiers zijn volgens onderzoekster Kathy Townsend wel geschikt om de poep van de dieren op te vangen.

Wat is een tangconstructie?

Deze zinnen zijn wat lastig leesbaar, omdat de hoofdzin wordt onderbroken door een bijzin die in de tekst is gepropt (aangegeven in rood). Dit soort formuleringen worden tangconstructies genoemd, omdat de twee delen van de hoofdzin een bijzin aan twee kanten omsluiten – als een soort tang.

Voor lezers is dat meestal niet prettig. Ze beginnen aan een zin, worden afgeleid met een bijzin en komen vervolgens weer in het tweede deel van de hoofdzin terecht. Soms is de onderbreking zo abrupt en lang dat de betekenis van de zin pas heel doordringt tot de lezer. Neem het voorbeeld hieronder.

In de Brusselse dierentuin wordt de om zijn knuffelbare uiterlijk en vertederende gromgeluiden zo populaire reuzenpanda gewassen.

Pas bij het laatste woord begrijp je dat de panda wordt gewassen.

Tangconstructies ontstaan als als je te veel informatie in één zin propt en ook nog eens op de verkeerde plek. Door de zin anders te formuleren of in stukken op te breken, kun je een tangconstructie meestal eenvoudig vermijden.

Read more

rsz_photo-1467334494307-6ee8d01d86af

‘Kun je niet wat witruimte weghalen?’. Die vraag stelde ik regelmatig aan opmakers toen ik nog op de redacties van Kidsweek en Intermediair werkte. Ik had moeite om me aan de afgesproken lengte van artikelen te houden. En een beetje witruimte wegsnoepen, daar was niets mis mee, vond ik. Informatie breng je nu eenmaal over met tekst en niet met witruimte, toch?

Deze week las ik een geweldige thriller die het tegendeel bewees, Dark Matter van Blake Crouch

Read more

beeldend schrijven

Beeldend schrijven is een goede manier om lezers een verhaal in te trekken. In deze opening van een verhaal voor Quest (eerste versie) koos ik daarom voor een scene waarin twee mannen door een regenwoud trekken op zoek naar een zeldzame stof die malaria kan genezen, maar er gaat iets mis met mijn keuze voor werkwoorden.

Een Engelsman en een Indiaan lopen door het regenwoud van Peru. Steeds als ze een boom met een roodachtige stam tegenkomen, blijven ze staan om splinters uit de bast te hakken en van het hout te proeven. Het is 1863. Het tweetal zoekt naar kinine, een substantie met een bittere smaak die in de bast van kinabomen voorkomt.
Als de Indiaan een boom ontdekt met opvallend veel van het spul in de stam, klimt hij naar de top om zaden tussen de takken weg te plukken. De Engelsman kijkt zenuwachtig om zich heen. Op het smokkelen van kinazaden uit het regenwoud staat de doodstraf.

Read more

clichés

Schrijver en NRC-journalist Peter Zantingh publiceerde onlangs een boek dat barst van de clichés. Het gaat namelijk over voetbaltaal. In We vergaten te voetballen analyseert hij op een grappige manier de meest opvallende uitspraken van voetballers, voetbaltrainers en voetbalverslaggevers. Er zitten veel clichés bij:

‘Dat is een doelpunt uit het boekje.’
‘Dat is inherent aan het voetbal.’
‘We moeten hoog in de concentratie zitten.’
‘We zijn door de ondergrens gezakt.’
Zelf schrijft Zantingh allesbehalve clichématig. Hij is ook auteur van twee literaire romans, De eerste maandag van de maand en Een uur en achttien minuten. Dat laatste boek werd genomineerd voor de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs, mede vanwege Zantingh’s heldere en rake taalgebruik. In dit interview op Schrijfvis geeft Zantingh tips om clichés te herkennen en uit je teksten te schrappen.

Read more

sneller schrijven

Misschien kan ik beter conducteur worden. Steeds als ik een lange treinreis maak, verbaas ik me mezelf met een paar efficiënte werkuren. Zittend op een een krap treinbankje, kan ik op de op één of andere manier sneller schrijven dan achter mijn bureau.

In dit artikel leg ik uit hoe dat komt, en je maakt kennis met een gigantische hond die me van het schrijven afhield.

Read more

passieve zinnen

‘Timide schrijvers houden van passieve zinnen, net als timide minnaars van passieve bedpartners houden.

Stephen King – Over Leven en Schrijven

Deze quote schoot door mijn hoofd toen ik onlangs de eerste versie van een artikel teruglas dat ik schreef voor Quest.  Het stuk ging over kinine, een medicijn tegen malaria uit de negentiende eeuw dat Nederland lange tijd als enige land ter wereld op grote schaal produceerde.  Een interessant onderwerp, maar ik schreef het niet overal even meeslepend op. In het artikel zaten zinnen als:

Van de bast van de kinaboom werd een drankje gemaakt dat de malariaparasiet doodde.

Meer dan 90 procent van alle kinine werd in Nederlandse kolonies geproduceerd

Jaarlijks werd ongeveer 7000 ton kinabast en 180 ton pure kinine verscheept naar andere landen

De eindredacteur onderstreepte ze en schreef erbij: ‘Heel veel lijdende vormen, herschrijven alsjeblieft.’ En ze had gelijk.  Zinsconstructies zoals hierboven zijn passief van aard, er zitten geen handelende personages in. Daardoor halen ze de vaart uit het verhaal. Actief schrijven verdient altijd de voorkeur.

Wat is een passieve zin?

In een lijdende zin is het onderwerp niet actief. Het ondergaat slechts een handeling en laat zich dus als het ware gebruiken – inderdaad, een beetje zoals een passieve bedpartner.

In een actieve zin zeg je bijvoorbeeld:

Lola neemt de taxi naar huis

Zeg je hetzelfde in een lijdende zin, dan is Henk opeens heel passief

Lola wordt door een taxi naar huis gebracht

Lijdende zinnen zijn alleen omslachtig. ze zijn vaak ook vaag, omdat niet precies duidelijk is wie de handeling uitvoert. Kijk nog eens naar deze zin uit mijn artikel.

Van de bast van de kinaboom werd een drankje gemaakt dat de malariaparasiet doodde.

Maar wie verwerkt de bast nu precies tot een drankje tegen malaria? Dat blijft een raadsel door de passieve constructie.

Toen ik de zin omboog naar een actieve vorm, veranderde dat. Er ontstond een krachtiger beeld en meer actie.

Indianen in Peru maakten van de bast van de kinaboom een drankje dat de malariaparasiet doodde.

Kortom: lijdende zinnen maken een verhaal meestal niet sterker. In dit artikel zet ik daarom op een rijtje hoe je passieve taalconstructies opspoort, hoe je ze ombuigt, maar ook wanneer ze juist wel van pas komen in een artikel.

Read more

zakelijke mail

In deze post lees je een klein drama over een zakelijke mail die ik stuurde, maar je krijgt ook informatie over de seksuele gewoontes van vleermuizen.

‘Hij heeft nog steeds niet geantwoord’, zei ik tegen een kantoorgenoot. Ik was heen en weer aan het mailen met een redacteur van een krant over een reisverhaal dat ik wilde maken. Ongeduldig zat ik te wachten totdat hij mijn laatste bericht zou beantwoorden, al drie dagen checkte ik om het halfuur in mailbox.

Ik was eerst vooral verontwaardigd dat hij niet reageerde. Toen besefte ik: zelf wacht ik soms ook lang met het beantwoorden van e-mails. Zelfs als ik weet dat de afzender erop zit te wachten.

Vorig jaar schreef ik een artikel in de Volkskrant over de vraag waarom het zo lastig is om praatjes aan te knopen met vreemden. Mijn mailbox zat een dag later vol met mails van mensen die zich in het verhaal herkenden.

Ik beantwoordde ze allemaal, behalve het langste bericht. Het kwam van een vrouw die regelmatig probeerde om praatjes te maken met onbekenden, maar meestal werd afgewimpeld.

Ze vroeg hoe ik te werk was gegaan, wat ik van haar verhaal vond, of haar aanpak niet raar was en ze deed een paar jeugdervaringen uit de doeken.  Het mailtje bestond uit zeker zes alinea’s met vragen en ervaringen.

Ik was vereerd door haar mail, maar ook geïmponeerd. Door de lap tekst had ik het gevoel dat ik een lange, indrukwekkende e-mail moest terugsturen, maar ik wist niet precies wat ik haar moest schrijven. Daarnaast had ik die dag een deadline.

Ik stelde het antwoord uit.

Mijn zakelijke mail over het reisverhaal aan de redacteur was vergelijkbaar met de mail van de vrouw. Het bericht bevatte meerdere vragen: wat vond hij van het idee voor het reisverhaal? Wat dacht hij van de route?  Ik begon ook over de onkosten die wilde hebben en ik gooide een balletje op over een fotograaf die ik wilde meenemen en hoe veel zij zou kosten.

Het is niet zo gek dat hij het antwoord uitstelde. Een zakelijke mail is geen brief waar mensen voor gaan zitten met een kop koffie, ze willen snel door met hun werk.

Je kunt een mailwisseling volgens mij vergelijken met een gesprek. Als iemand vijf minuten aan het woord blijft, verlies je je aandacht.

In het vervolg van deze post krijg je 7 tips voor minder langdradigheid in je mails.

Read more

inkorten

‘Ik denk dat ik in mijn leven al zeker 1000 keer ‘het feit dat’ heb geschreven, waarna ik het zinsdeel ongeveer 500 keer weer heb verwijderd. Dat ik het in de helft van de gevallen heb laten staan, maakt me verdrietig.’

Met deze zelfkritiek opent schrijver E.B. White zijn boek The Elements of Style, een flinterdunne maar inmiddels klassieke stijlgids voor schrijvers.

Herkenbaar. Een zin waarin je de constructie ‘het feit dat’ gebruikt, wordt altijd langer en ingewikkelder dan nodig. En toch moet ik het vaak schrappen uit mijn eerste versies van artikelen. Deze week schreef ik in een artikel over niertransplantaties de volgende zin:

Ze is gewend geraakt aan het feit dat ze dagelijks insuline moet spuiten.

Bij het herschrijven schrapte ik ‘het feit dat’ en de de zin werd onmiddellijk krachtiger.

Ze is eraan gewend dat ze dagelijks insuline moet spuiten.

Er zijn meer van dit soort overbodige, formele zinsdelen die ik vaak gedachteloos gebruik in eerste versies, zoals ‘de reden daarvan is…’, ‘niet voor niets’, of ‘in termen van’. Ook in artikelen van andere schrijvers zie ik dit soort formuleringen soms terugkomen.

Zinsdelen schrappen

Ik vermoed dat we dit soort taal allemaal onbewust gebruiken om zinnen iets gewichtigs te geven, misschien om onze eigen onzekerheid te temperen. Het werkt natuurlijk averechts. Als je ‘het feit dat’ schrijft, wordt iets niet opeens een feit. Het staat eerder een beetje geforceerd en plechtstatig. Daarnaast word je zin omslachtiger omdat je een bijzinnetje toevoegt na het woord je ‘dat’.

In The Elements of Style verklaart White samen met zijn mede-auteur (de illustere taalprofessor William Strunk) de oorlog aan dit soort langdradig taalgebruik.

Het boekje stamt uit 1918 en is gericht op de Amerikaanse taal, maar ook Nederlanders kunnen er veel van leren.

De conclusie van de auteurs:

‘Een zin zou geen onnodige woorden moeten bevatten en een paragraaf geen onnodige zinnen, net als dat een tekening geen onnodige lijnen bevat en een machine geen onnodige onderdelen’

Geïnspireerd door Strunk en White verklaar ik mijn eigen oorlog aan 9 onnodige zinsdelen waaraan ik me erger in mijn eigen teksten, en soms ook in teksten van anderen. Schrap deze zinsdelen liever nu dan straks uit je teksten.

Read more

synoniemen zoeken

“Je moet dit niet verder vertellen”, zei een collega-journalist laatst tegen me. “Maar als ik een artikel schrijf en te vaak hetzelfde woord gebruik, speel ik een beetje vals bij het zoeken naar synoniemen.” Mijn interesse was onmiddellijk gewekt door die mysterieuze uitspraak.

Iedere schrijver of journalist, probeert in zijn teksten gevarieerde woorden te gebruiken met min of meer dezelfde betekenis. Als je dat niet doet, kom je in de problemen.

Zo schreef ik ooit een verhaal over de geschiedenis van afrodisiaca, oftewel drankjes en etenswaren met een lustopwekkende werking.

Ik was net begonnen als freelance journalist en het was mijn debuut voor een nieuwe opdrachtgever, Quest Historie. Ik deed mijn uiterste best op het verhaal. Ik las geschiedenisboeken over eten, googelde me suf en interviewde twee historici.

In al mijn ijver zag ik iets belangrijks over het hoofd: gevarieerd woordgebruik. De eerste versie kreeg ik terug van een redacteur met de opmerking: ‘Het verhaal zit goed in elkaar, maar je moet echt een synoniem zoeken voor afrodisiaca.’

Origineel

Ze had gelijk. Ik maakte een beginnersfout. Afrodisiaca kwam 29 keer voor in het vier pagina lange artikel. Dat is veel voor een woord dat je nauwelijks drie keer kunt uitspreken zonder je tong erover te breken.

Ik durf  te stellen dat je geen enkel zelfstandig naamwoord zo vaak in een tekst mag gebruiken.  Het is alsof je kleine neefje achter de piano zit en 29 keer dezelfde noot aanslaat. Het gaat je lezer de keel uithangen.

Achteraf had ik bij het schrijven van mijn artikel over afrodisiaca beter de tactiek kunnen gebruiken van de collega-schrijver die vindt dat hij ‘vals speelt’. Als hij aan een artikel werkt, surft hij vaak naar een online synoniemenwoordenboek. ‘Dat voelt altijd een beetje gek’ , zei hij. ‘Een goede schrijver hoort zelf originele woorden en uitdrukkingen te verzinnen. Maar soms lukt dat me me niet.’

Ik vind het niet gek om een synoniemenwoordenboek (deze heb ik pas aangeschaft) bij de hand te houden, eerder professioneel. Een goede kok leest ook nog wel eens een kookboek om zijn kennis bij te schaven. Maar met een boek alleen ben je er niet. Hieronder 11 tips waaraan ik mezelf vaak moet herinneren als ik op synoniemenjacht ga om mijn verhaal afwisselend te houden.

Read more

schrijven is schrappen

Journalist en AKO-literatuurprijswinnaar Jeroen Brouwers hanteert een harde stelregel: wie vaker dan drie keer ‘maar’ op een pagina gebruikt, mag zich geen schrijver noemen.*
Toen ik dat las, heb ik mijn laatste artikel voor de Volkskrant (over een bezoek aan Tsjernobyl) even onder de loep genomen. Daar ga ik meteen in de fout. In de eerste 300 woorden komt vier keer het woord ‘maar’ voor. Hopelijk besluit de eindredactie nog het een en ander te schrappen, zodat mijn naam als schrijver wordt gered.

Oké, de regel van Brouwers is misschien wat overtrokken. Maar hij stipt wel een belangrijk punt aan. We hebben als schrijvers en journalisten allemaal een paar troetelwoordjes – meestal signaalwoorden zoals ‘maar’, ‘als’ en ‘uiteindelijk’ waarmee we de lezers zo soepel mogelijk door het verhaal denken te loodsen.

Read more