Tijdverdichting – uitleg van een literaire term

tijdverdichting

De tijd vliegt soms voorbij in een roman of kort verhaal. Uren, dagen en jaren kunnen binnen één zin verstrijken. Dit soort sprongen in de tijd worden aangeduid met de literaire term tijdverdichting.  Hieronder een voorbeeld.

(lees ook over de tegenovergestelde schrijftechniek: tijdvertraging)

Je kunt in een boek de zin tegenkomen: de man stond twaalf uur lang voor de spiegel om zijn haar in model te brengen, toen pas durfde hij naar buiten. Dan is er een halve dag verstreken, daar heb je maar 22 woorden voor hoeven lezen.

In deze post lees je meer over de betekenis van tijdverdichting, je leert ook hoe je zelf gebruik maakt van deze verteltechniek (bij tijdverdichting helpt het om beeldend te schrijven en niet te veel passieve zinnen en tangconstructies te gebruiken)

Tijdverdichting: de betekenis en wanneer gebruik je het?

Tijdverdichting is een krachtig middel om grote ontwikkelingen te beschrijven in een verhaal, zoals het ontstaan van relaties, het opgroeien van een kind, of de aftakeling van een hoofdpersonage. Maar het kan ook worden gebruikt om langdurige of herhaaldelijke handelingen versneld te beschrijven, zoals autorijden, of het eten van een maaltijd.

Als in een boek elke autorit die een hoofdpersonage maakt uitgebreid zou worden beschreven zou je in slaap vallen als lezer.

Tijdverdichting is het duidelijkst als er in een roman plotseling een grote tijdsperiode verstrijkt die duidelijk wordt genoemd. Neem dit voorbeeld uit De verhalenmachine, een werk van Roald Dahl (uit zijn bekroonde bundel Alle Verhalen) waarin twee uitvinders een machine uitvinden die razendsnel literaire verhalen kan produceren, waardoor het beroep van schrijver overbodig wordt.

‘Gedurende het laatste jaar – het eerste volle jaar dat de machine in werking was gesteld – werd volgens schatting minstens de helft van al de Engelse romans door Adolph Knipe op zijn verhalenmachine geproduceerd.’

Hier beschrijft Dahl binnen één zin bijna letterlijk hoe er een jaar is verstreken. Er ontstaat daardoor een krachtig beeld. Als lezer stel je je voor hoe het hoofdpersonage twaalf maanden lang in de weer is met de verhalenmachine en talloze boeken op de markt brengt in Engeland (hier lees je trouwens hoe Roald Dahl op zijn ideeën kwam voor verhalen).

Vooruit spoelen

Maar tijdverdichting is niet altijd zo duidelijk. Soms wordt de tijd binnen een bepaalde scene maar heel even vooruit gespoeld.

In De verhalenmachine voeren hoofdpersoon Adolph Knipe en Mr Bohlen bijvoorbeeld een opgewonden gesprek nadat ze het eerste verhaal uit de verhalenmachine hebben gelezen.

‘Geweldig Mr Bohlen, het is precies goed.’
‘Maar ik vind het een beetje sentimenteel, mijn jongen.’
Nee meneer, zo’n verhaal verkoopt, dat zult u zien.’ ‘In zijn opwinding draaide Adolph Knipe nog zes verhalen uit de machine, binnen een tijd van zes minuten. En ze leken allen heel goed, behalve één, die om een of andere reden een beetje obsceen was uitgevallen.’

In deze scène zit maar een klein tijdsprongetje, maar er is wel degelijk sprake van tijdverdichting. Aan het einde wordt de vertelde tijd als het ware vooruit gespoeld: binnen twee zinnen lees je hoe de verhalenmachine zes verhalen uitspuwt en die worden ook nog eens door Adolph Knipe en Bohlen gelezen en beoordeeld.

Soms is het bij tijdverdichting onduidelijk hoeveel tijd er precies verstrijkt. Onderstaand voorbeeld komt uit hetzelfde verhaal van Roald Dahl. Het personage Mr Bohlen probeert een roman  te schrijven met de verhalenmachine.

‘Na vele uren van oefenen kreeg Mr Bohlen er toch de slag van te beet en tenslotte, op een late avond, zei hij tegen Knipe dat hij klaar was om zijn eerste roman er door te draaien.’

We weten hier alleen dat Bohlen uren heeft geoefend. Misschien zijn er dagen verstreken, misschien weken. Het maakt voor het verhaal weinig uit.

In sommige gevallen worden er zelfs helemaal geen tijdseenheden zoals dagen of weken genoemd bij tijdverdichting. Als lezer word je dan slechts geconfronteerd met beeldende taal waaruit je kunt opmaken dat er veel tijd is verstreken. Soms geeft dat tijdverdichting meer betekenis.

Mooiste voorbeeld

De Amerikaanse schrijfster Donna Tartt doorspekt haar verhalen als geen ander met beeldende tijdverdichting.

Onderstaand voorbeeld komt uit Het puttertje, haar meest recente roman die met de Pullitzer Prize werd bekroond. Je leest hoe de hoofdpersoon Theo de dood verwerkt van zijn moeder, die in zijn bijzijn is omgekomen bij een bomaanslag in een museum.

Er kwamen mensen voor me langs, mijn maatschappelijk werkers natuurlijk en een pro-deopsychiater die de gemeente me ter beschikking stelde, maar ook mensen van mijn moeders werk en een heleboel vrienden van haar van de universiteit en uit haar modetijd.

Je ziet hier een hele stoet van hulpverleners en kennissen voorbij trekken die Theo probeerden te helpen bij zijn rouwverwerking. Daardoor begrijp je onmiddellijk dat er weken en misschien wel maanden zijn verstreken.

Als ik aan die tijd denk, krijg ik ook nu nog een verstikkend, wanhopig gevoel. Alles was verschrikkelijk. Ze kwamen aan met frisdrank, extra truien, eten dat ik niet op kon: bananen, cupcakes, sandwiches, ijs. Ik zei ja en nee als ze wat tegen me zeiden, en keek heel veel naar de vloerbedekking zodat ze niet zouden zien dat ik had gehuild.

Nog meer beelden die de periode van rouw uitbeelden en waardoor je begrijpt dat Theo zich wekenlang opsloot in zijn kamer. Ze geven het verhaal meer diepgang, juist doordat je niet precies weet hoe lang zijn verdriet heeft geduurd.

Als je veel tijdverdichting gebruikt in een verhaal, kun je het beste een voorbeeld nemen aan Tartt. Het is beter om niet steeds tijdseenheden te noemen (na twee dagen had Jan genoeg van zijn nieuwe baan, een week later trok hij de haren uit zijn hoofd vanwege de stress, zes weken later nam hij ontslag). Je verhaal verandert dan in een soort kalender.

De beste schrijvers laten je met hun woordkeuze vóelen hoe lang iets heeft geduurd. Zo beschrijft Harry Mulisch (die 250 woorden per dag schreef) in De ontdekking van de hemel in één zin deze vrijpartij.

Op hetzelfde ogenblik kronkelden en beten zij als vechtende honden, trokken de kleren van elkaars lijf, joelden, schreeuwden, werden gegrepen door een draaikolk en meegesleurd naar een diepte waaraan geen herinnering pleegt te resten.

Misschien is het wel één van de mooiste vormen van tijdverdichting uit de Nederlandse literatuur. In bovenstaande zinnen wordt met geen woord gerept over tijd. Maar je weet onmiddellijk dat deze vrijpartij niet binnen twee minuten voorbij was.

Tijdverdichting in het kort:

  • Tijdverdichting is een tijdsprong in een verhaal.
  • Tijdverdichting is een middel om de ontwikkeling van karakters te beschrijven.
  • Met tijdverdichting kun je ook herhaaldelijke of onbelangrijke gebeurtenissen ‘doorspoelen’.
  • Bij tijdverdichting hoef je de tijdseenheden die je versnelt niet altijd te noemen, soms is het beter ze weg te laten.

Lees ook: 

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

Ontvang maandelijks de beste schrijftips (gratis)

Verhelder je teksten