synoniemen zoeken

“Je moet dit niet verder vertellen”, zei een collega-journalist laatst tegen me. “Maar als ik een artikel schrijf en te vaak hetzelfde woord gebruik, speel ik een beetje vals bij het zoeken naar synoniemen.” Mijn interesse was onmiddellijk gewekt door die mysterieuze uitspraak.

Iedere schrijver of journalist, probeert in zijn teksten gevarieerde woorden te gebruiken met min of meer dezelfde betekenis. Als je dat niet doet, kom je in de problemen.

Zo schreef ik ooit een verhaal over de geschiedenis van afrodisiaca, oftewel drankjes en etenswaren met een lustopwekkende werking.

Ik was net begonnen als freelance journalist en het was mijn debuut voor een nieuwe opdrachtgever, Quest Historie. Ik deed mijn uiterste best op het verhaal. Ik las geschiedenisboeken over eten, googelde me suf en interviewde twee historici.

In al mijn ijver zag ik iets belangrijks over het hoofd: gevarieerd woordgebruik. De eerste versie kreeg ik terug van een redacteur met de opmerking: ‘Het verhaal zit goed in elkaar, maar je moet echt een synoniem zoeken voor afrodisiaca.’

Origineel

Ze had gelijk. Ik maakte een beginnersfout. Afrodisiaca kwam 29 keer voor in het vier pagina lange artikel. Dat is veel voor een woord dat je nauwelijks drie keer kunt uitspreken zonder je tong erover te breken.

Ik durf  te stellen dat je geen enkel zelfstandig naamwoord zo vaak in een tekst mag gebruiken.  Het is alsof je kleine neefje achter de piano zit en 29 keer dezelfde noot aanslaat. Het gaat je lezer de keel uithangen.

Achteraf had ik bij het schrijven van mijn artikel over afrodisiaca beter de tactiek kunnen gebruiken van de collega-schrijver die vindt dat hij ‘vals speelt’. Als hij aan een artikel werkt, surft hij vaak naar een online synoniemenwoordenboek. ‘Dat voelt altijd een beetje gek’ , zei hij. ‘Een goede schrijver hoort zelf originele woorden en uitdrukkingen te verzinnen. Maar soms lukt dat me me niet.’

Ik vind het niet gek om een synoniemenwoordenboek (deze heb ik pas aangeschaft) bij de hand te houden, eerder professioneel. Een goede kok leest ook nog wel eens een kookboek om zijn kennis bij te schaven. Maar met een boek alleen ben je er niet. Hieronder 11 tips waaraan ik mezelf vaak moet herinneren als ik op synoniemenjacht ga om mijn verhaal afwisselend te houden.

Read more

tijdsplanning

De hoofdredacteur van een tijdschrift waarvoor ik schrijf, belde vorige week dat mijn artikel nog niet goed genoeg was. Ze vroeg of we de tekst even konden doornemen.

Het is altijd een kleine dreun als je werk ter discussie staat, dus ik sprong op uit mijn stoel en klikte het nieuwsstukje waar ik aan werkte weg. In de bijkamer van mijn coworking-kantoor voerde een gesprek over wat er aan het artikel schortte.

Toen ik terugkwam bij mijn laptop, was ik nog steeds een beetje uit mijn doen. Ik vergat het nieuwsstukje waar ik mee bezig was en begon met opstellen van achterstallige rekeningen. Daarna nam ik me voor om het bekritiseerde artikel te verbeteren.

Totdat ik me besefte dat ik een telefonische interviewafspraak was vergeten, dus ik pakte de telefoon, maar ik was te laat. De geïnterviewde was niet meer bereikbaar. Ik werd boos op mezelf en kon me nauwelijks nog concentreren.

Toen ik naar huis ging, had ik het gevoel dat de dag een loopje met me had genomen. Op dat moment schoot me een advies te binnen dat ik kreeg van een druïde, een Keltische priester die ik twee jaar geleden interviewde .

Read more

Eerste versie

Vorig jaar vloog ik naar Seoul om een reportage te maken over een kliniek waar honden worden gekloond. Ik vertrok vrij plotseling, omdat ik de geboorte van een hond zou bijwonen (en geboortes lastig te plannen zijn). Niet handig, want diezelfde week moest ik een verhaal over het menselijk biologisch ritme inleveren bij een andere opdrachtgever. Ik besloot een eerste versie van het artikel in het vliegtuig te tikken.

Ik legde de lat hoog. Het moest een goede eerste versie zijn, zodat ik me in Seoul op het verhaal over de honden kon concentreren.

De vlucht begon goed. Toen ik op het vliegveld aankwam, hoorde ik dat de economy class was volgeboekt. Mijn ticket was omgezet naar eerste klas. Zittend in mijn luxe stoel typte ik de eerste alinea’s binnen een halfuurtje. Ik beloonde mezelf met een drankje en wat nootjes en las mijn begin nog eens over.

Dat viel tegen.

Read more

schrijven is schrappen

Journalist en AKO-literatuurprijswinnaar Jeroen Brouwers hanteert een harde stelregel: wie vaker dan drie keer ‘maar’ op een pagina gebruikt, mag zich geen schrijver noemen.*
Toen ik dat las, heb ik mijn laatste artikel voor de Volkskrant (over een bezoek aan Tsjernobyl) even onder de loep genomen. Daar ga ik meteen in de fout. In de eerste 300 woorden komt vier keer het woord ‘maar’ voor. Hopelijk besluit de eindredactie nog het een en ander te schrappen, zodat mijn naam als schrijver wordt gered.

Oké, de regel van Brouwers is misschien wat overtrokken. Maar hij stipt wel een belangrijk punt aan. We hebben als schrijvers en journalisten allemaal een paar troetelwoordjes – meestal signaalwoorden zoals ‘maar’, ‘als’ en ‘uiteindelijk’ waarmee we de lezers zo soepel mogelijk door het verhaal denken te loodsen.

Read more

artikel schrijven

Wat heeft het schrijven van de eerste zinnen  van een artikel met bier te maken? Toen ik stage liep als journalist bij het populair wetenschappelijk tijdschrift KIJK had ik daar nooit over nagedacht. Urenlang zat ik te broeden op het begin van mijn eerste grote verhaal, een artikel over de geschiedenis van vleesetende planten.

Zeker vijf keer schreef ik een eerste alinea, vijf keer wiste ik de tekst ook weer. Uiteindelijk liep ik het kantoortje van wijlen hoofdredacteur Monique Punter binnen, een beetje ontmoedigd. ‘Het lukt niet’, zei ik. ‘Ik heb enorm veel leuke en grappige informatie gelezen over vleesetende planten. Geen enkele eerste zin lijkt goed genoeg.’

Punter lachte een beetje en haalde haar schouders op.

Read more

Schrijftips Stephen King

Toen ik een jaar of tien was, lag ik een halve nacht wakker door de gedachte aan een clown me het riool in wilde lokken met een ballon. Ik had net de thriller ‘Het’ van Stephen King  gelezen.

Misschien heb ik er een trauma door opgelopen, want clowns vind ik nog steeds angstaanjagend. Maar ik ben ook blij dat ik kennismaakte met Stephen King.

Weinig mensen weten dat The King of Horror behalve tientallen thrillers ook een boek met schrijftips op zijn naam heeft staan: Over Leven en Schrijven.

Het is één van meest praktische schrijfboeken die ik ken, vooral door de nuchterheid van het advies. King maakt van schrijven niet iets zweverigs en ongrijpbaars, maar beschouwt het als een vakmanschap, net als timmeren.

Veel van Stephen King’s adviezen spoken nog regelmatig door mijn hoofd tijdens het schrijven:

‘Gezwollen taalgebruik is als een hond die je avondkleding aantrekt.’

‘De weg naar de hel is geplaveid met bijwoorden.’

Alle soorten schrijvers kunnen profiteren van de tips uit Over Leven en Schrijven: auteurs van boeken, maar ook tekstschrijvers, journalisten en iedereen die wel eens een opstel, verslag, rapport of nieuwsbrief schrijft. Hieronder lees je de tips die me het meest zijn bijgebleven.

Read more

interviewen van wetenschappers

Wetenschappers interviewen, het ging bij mij niet altijd van een leien dakje, ook al ben ik wetenschapsjournalist. Eén keer ben ik zelfs weggestuurd. Ik sprak met een scheikundige en vroeg hem wat gewone mensen aan zijn onderzoek zouden hebben, tot welke uitvindingen zou zijn studie kunnen leiden?

Het gesprek liep al wat stroef en hij werd boos. ‘Ik heb geen zin om over het nut van mijn onderzoek te praten. Het voelt alsof ik me dan moet verdedigen.’

Het was aan het begin van mijn carriere, waarschijnlijk stelde ik de vraag op de verkeerde toon en had ik al meer beginnersfouten gemaakt. Inmiddels heb ik waarschijnlijk zo’n tweehonderd wetenschappers geïnterviewd voor de Volkskrant, Quest, Nu.nl en KIJK. Ik heb er veel van geleerd. De volgende 12 dingen houd ik bij elk interview in gedachten.

Read more

Roald Dahl

‘Wat doe je?’, vroeg mijn moeder.
Ik was negen en staarde in de vlam van een kaars die op tafel stond. ‘Als ik dit lang oefen kan ik straks overal doorheen kijken.’
Ik was bezig in Het Wonderlijke Verhaal van Hendrik Meijer. In dat boek van Roald Dahl verdient een man een fortuin in het casino omdat hij zichzelf heeft geleerd om door kaarten heen te kijken.

Geen schrijver heeft me vaker op vreemde ideeën gebracht dan Roald Dahl. Zo maakte ik na het lezen van Joris en de Geheimzinnige Toverdrank met een vriendje een toverdrank (met afwasmiddel en chocolademelk) om aan zijn zusje te voeren. Gelukkig bedankte ze voor het aanbod.

Hoe bedacht Roald Dahl zijn bizarre verhalen waarmee hij miljoenen kinderen inspireerde? Hij geeft zelf antwoord in zijn boeken.

Read more

Ontvang maandelijks de beste schrijftips (gratis)

Verhelder je teksten