Dit is hoe NRC-columnist Rosanne Hertzberger haar vlijmscherpe columns schrijft

column schrijven

In deze post krijg je een lesje column schrijven van Rosanne Hertzberger. Maar eerst vertel ik waarom ik altijd ruzie met haar maak. Want ik beken: Rosanne kan het bloed onder mijn nagels vandaan halen. We hebben allebei een flexplek in de coworkingspace Nomadz in Den Haag. Ik werk meestal aan artikelen voor Nu.nl, De Volkskrant, of Quest, Rosanne gebruikt het kantoor als proeftuin voor haar columns in NRC. Ze provoceert haar kantoorgenoten graag met stellingen die ze later in haar artikelen verwerkt.

Een voorbeeldje uit de praktijk. Tijdens de lunch voerden we een gesprek over koetjes en kalfjes – ik vertelde wat ik op tv had gezien.

‘Gisteren zag ik de afscheidsspeech van Hillary Clinton na haar verlies in de verkiezingen. Ik vond dat ze veel sympathieker overkwam dan tijdens de campagne.’

Rosanne: Ja Dennis, uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat mannen een vrouw altijd sympathieker vinden als ze geen bedreiging meer vormt en zichzelf in een ondergeschikte positie plaatst.

Column schrijven = vervelend

Ik voelde me weggezet als vrouwenonderdrukker en we belandden in een felle discussie, zoals bijna elke dag. Maar eerlijk is eerlijk, waarschijnlijk erger ik me vaak aan Rosanne, omdat ze gewoon verrassender denkt dan ik. Ik bewonder haar columns. Niemand in Nederland schrijft volgens mij zo scherp en tegendraads als zij (neem alleen al de titel van haar nieuwe boek – Ode aan de e-nummers). Genoeg redenen om haar te interviewen over haar aanpak bij het column schrijven.

 Moet je als columnist een beetje vervelend zijn?

Rosanne Hertzberger: Je plaatst jezelf als columnist natuurlijk wel een beetje buiten de groep. Een goede column bevat een afwijkende mening, of een argument waarmee je een gat schiet in de consensus. De algemene opvatting is bijvoorbeeld dat nepnieuws iets slecht is, maar in één van mijn laatste columns betoog dat ik dat dat niet per definitie zo is. Een column schrijven is daarom eigenlijk altijd onprettig, het doet een beetje pijn, omdat je weet dat veel mensen het met je oneens zullen zijn.

Voelt het niet wat geforceerd om altijd te zoeken naar een afwijkende mening?

Rosanne Hertzberger: Nee. Een column schrijven waarin je constant zegt: aan de ene kant zus, aan de andere kant zo, is in mijn ogen een zwaktebod. Dat kun je doen wanneer je als hoogleraar een pijp rookt in je ivoren toren. Uiteindelijk vind ik dat je in het leven een kant moet kiezen, en dus ook in je column. Ik vind het zelfs shockerend dat sommige mensen denken dat ik geforceerd tegendraads probeer te zijn. Mijn columns zijn oprecht. Het zoeken naar dit soort onderwerpen, dingen die me echt aan het hart gaan, kost 90 procent van de tijd bij het schrijven.

Hoe vind je een goed onderwerp voor een column?

Rosanne Hertzberger: Het is de kunst om argumenten te vinden nog niet aan bod zijn gekomen in maatschappelijke discussies. Toen iedereen het had over kankerverwekkende korrels op kunstgrasvelden en het gevaar daarvan voor sportende kinderen, dacht ik: maar is het voor de volksgezondheid niet veel gevaarlijker als je alle voetbalwedstrijden afgelasten zodat kinderen helemaal niet meer sporten? Bij zo’n gedachte denk ik: ja, ik heb een onderwerp.

Maar originele gedachtes zijn zeldzaam. Over de meeste onderwerpen denk ik hetzelfde als iedereen. Tot twee jaar geleden heb ik niet over Wilders geschreven, omdat ik mijn mening dertien in dozijn vond.

Hoe begin je met schrijven als je een goed onderwerp hebt gevonden?

Rosanne Hertzberger: Meestal met een sessie vrij schrijven. Ik ga achter mijn toetsenbord zitten en typ wat er in me opkomt. Soms twijfel ik tussen twee onderwerpen, moet ik bijvoorbeeld schrijven over wat Wilders nu weer heeft gezegd, of toch de kunstgraskorrels? Dan neem ik voor elk idee een minuut of 15 en kijk ik welk stukje het beste loopt. Bij welk onderwerp komen de mooiste zinnen in me op, de beste argumenten en de meest rake formuleringen? Kortom: welke van de twee proefcolumns maakt het meeste in me los?

 Hoe kom je van een kladversie tot een definitieve versie

Rosanne Hertzberger: De kernzinnen van mijn columns zet ik vaak al op papier bij het vrij schrijven. Alleen staan ze dan nog niet op de goede plek. Vaak schrap ik de eerste alinea van de kladversie. Laatst begon ik mijn column over nepnieuws in eerste instantie bijvoorbeeld op een wat omslachtige manier, ongeveer zo:

 Afgelopen dinsdag zat Alexander Klöpping bij DWDD. Hij had het over de rol die nepnieuws speelde bij de Amerikaanse verkiezingen, en dat Trump misschien wel nooit was gekozen als Facebook harder was opgetreden tegen nepnieuws. Maar nepnieuws is helemaal geen bedreiging voor de democratie.

Uiteindelijk haalde ik die laatste zin naar voren in iets andere vorm. Ik begon met deze zin.

Het belangrijkste nepnieuws van de afgelopen maanden is dat nepnieuws een belangrijke verstorende factor zou zijn in onze democratie.

Ik vind het belangrijk om met de deur in huis te vallen, met de speerpunt van je betoog. De lezer wordt daardoor hopelijk meteen geprikkeld, en wil de onderbouwing lezen. Een column schrijven is ook: verleiden.

Column schrijven: maak één punt!

In hoeverre let op formuleringen, de stijl van je zinnen? 

Rosanne Hertzberger: Tastbaar schrijven, dat vind ik belangrijk. Kom met voorbeeld, show don’t tell. Als je beargumenteert dat het eetgedrag van kinderen in sportkantines een grotere bedreiging voor de volksgezondheid is dan kunstgraskorrels, begrijpt iedereen je. Maar zo’n zin komt veel harder binnen als je schrijft: cola, friet en AA-drink zijn een grotere bedreiging voor de gezondheid van kinderen dan kunstgraskorrels. Dan heb je er meteen een beeld bij.

 Welke manieren gebruik je nog meer om je argumenten kracht bij te zetten?

Rosanne Hertzberger: Het helpt om een helder toekomstscenario te schetsen, waarin je de consequenties van je argumentatie duidelijk maakt. In mijn kunstgrascolumn laat ik bijvoorbeeld zien wat er kan gebeuren als kinderen alleen nog maar echt gras mogen voetballen:

Misschien wonen ze in krimpgemeentes met krappe budgetten die zo’n modern veld niet kunnen betalen. Of worden de wedstrijden afgelast omdat het ouderwetse grasveld onder water staat.

Cijfers werken ook goed ter illustratie. Deins er niet voor terug om een voorbeeld door te rekenen. Om te laten zien hoe marginaal het risico op kanker is schrijf ik in mijn kunstgrascolumn bijvoorbeeld:

Voor elk kind met lymfeklierkanker hebben er ruwweg 1.800 overgewicht en 400 obesitas. Kinderen met obesitas lopen groot risico om, zonder chirurgisch ingrijpen, nooit van dat extra gewicht af te komen, wat levensgevaarlijke gevolgen kan hebben.

Wat is de grootste uitdaging bij het schrijven van een column

Rosanne Hertzberger: Het gevaar is dat je tijdens het schrijven van een tegendraadse column al bij voorbaat nadenkt over het oordeel van anderen. We zijn allemaal groepsdieren. Iedereen geeft om wat andere mensen denken, zeker als je een afwijkende mening publiceert. Dat is gewoon eng, daar is moed voor nodig. Maar je moet die stemmen van je vrienden en kennissen in je hoofd uitschakelen. Alleen dan kun je echt een scherp betoog schrijven.

Je moet ook het idee loslaten dat je een expert moet zijn op onderwerp waarop je schrijft. Er zullen altijd mensen zijn die er meer vanaf weten dan jij, dat is niet erg.

 Waar ga je zelf het vaakst mee in de fout?

Rosanne Hertzberger: In een column moet je één punt maken. Dat is veel moeilijker dan je denkt. Soms ben je aan het schrijven, en merk je halverwege dat je eigenlijk op twee gedachten hinkt, dat je twee dingen wilt zeggen.

Soms komt dat inzicht pas nadat je het hebt gepubliceerd. In een column die ik onlangs schreef over waarom stemmers van Wilders en Trump nooit aan het woord komen in de media, begin ik aan het einde bijvoorbeeld over de elite en wat daar eigenlijk mee wordt bedoeld. Ik sloot af met de volgende alinea.

Nog even over die ‘gevestigde orde’. De elite die permanent onder vuur ligt. Ik weet niet precies wie er met die elite wordt bedoeld. Maar als ik het goed begrijp is het ongeveer iedereen die nadenkt, die studeert, elke intellectueel, elke geleerde, iedereen die weigert mensen uit te schelden, of zwart te maken, die zijn ideeën met feiten onderbouwt, die niet beledigt en bedriegt, die wetenschap serieus neemt. Als dat zo is, dan ben ik apetrots om onderdeel te zijn van die elite. Tijd voor een nieuwe hastag: #Proudtobeelite.

Eigenlijk snijd ik hiermee helemaal aan het einde nog een nieuw punt aan. Dat leidt af van de hoofdzaak en komt de column niet ten goede, ook al is het inzicht nog zo helder. Ik had hier een aparte column over moeten schrijven.

Column schrijven: wees constructief

Als er groot nieuws is zoals bijvoorbeeld de aanslag in Parijs, moet je daar als columnist dan altijd over schrijven?

Rosanne Hertzberger: Ik vind dit een lastig jaar met Trump, PVV, en Brexit. Veel groot nieuws gebeurde precies op de avond waarop ik mijn column moest inleveren. In het begin vermeed ik dit soort onderwerpen, omdat de kranten er al vol mee staan. Het is moeilijk om je nog te onderscheiden met een nieuw inzicht. Maar op een gegeven moment moet je besluiten om met de grote jongens mee te doen. Als je jezelf serieus neemt als columnist kun je de dag nadat iemand in Nice met een vrachtwagen over 80 mensen heen is gereden niet aankomen met een column over melk. Misschien heb je geen zin in een stuk over terrorisme, is het niet jouw onderwerp, maar dan bijt je maar even door en neem je aan het einde van de dag een groot glas wijn.

Hoe sluit je een column af?

Rosanne Hertzberger: Zelf houd ik van een krachtig einde: korte zinnen van twee of drie woorden. In een recente column over wetenschappers die te veel in de slachtofferrol kruipen, schrijf ik bijvoorbeeld in de laatste alinea:

 Dat zou ‘de wetenschap’ ook moeten doen. Drie keer zo hard laten zien wat je waard bent. Niet jeremiëren. Aan het werk.

Het zijn een soort slagzinnen bijna, waarmee je de lezer iets meegeeft en ervoor zorgt dat de kern van je betoog blijft hangen. Ik vind dat prettig.

Is een column schrijven wat jou betreft ook mensen aanzetten tot actie?

Rosanne Hertzberger: Ja. Ik vind het belangrijk om constructieve stukken te schrijven, om niet alleen maar kritiek te uiten en standpunten van anderen weg te zetten als onjuist. Er zijn veel columnisten die daar hun carriere op bouwen. Ze schrijven: ‘het debat van gisteravond ging nergens over’, of ‘linkse partijen hebben geen verhaal’. Ik denk dan meteen: waar moet het debat dan wel over gaan? En welk verhaal zou links dan wel moeten vertellen?

Je moet als columnist volgens mij ook iets bijdragen, vertellen hoe het volgens jou moet. Om een voorbeeld te geven: bij verkiezingen wordt er vaak geschreven dat politici over hun schaduw heen moeten stappen, hun ego opzij moeten zetten. Ik heb een column geschreven waarin ik betoog dat juist kiezers dat moeten doen. We moeten niet stemmen op dat ene splinterpartijtje dat precies bij onze persoonlijke stokpaardjes past. Dan zadelen we Den Haag op met een onmogelijke formatie tussen allerlei kleine partijen.

We moeten als kiezers verantwoordelijkheid nemen en op een grote partij stemmen. Ik heb zelfs eens geschreven op welke partij ik zelf stemde, destijds de VVD. Ik kies bewust een kant.

Column schrijven? Begin zo laat mogelijk

Een column schrijven kan tijdrovend zijn. Hoe veel tijd neem jij? 

Rosanne Hertzberger: Mijn column is meestal pas op vrijdagochtend af, vlak voor de deadline. Ik zorg dat ik op donderdagavond het onderwerp weet en goed slaap. De volgende ochtend maak ik de tekst af. Als je iedere week een column schrijft, moet je grenzen stellen aan hoe veel tijd je daaraan gaat besteden, zeker als je freelancer bent. Denk eraan: een column schrijf je op regelmatige basis, elke week of elke maand. Het moet een routine worden naast al je andere bezigheden, je kunt niet elke keer oneindig veel tijd eraan besteden. Dus mijn advies: begin zo laat mogelijk.

Bijna elke schrijver zou wel een wekelijkse column willen schrijven voor een grote krant. Hoe heb jij je plek in NRC bemachtigd?

Rosanne Hertzberger: Simpel, ik heb mezelf aangeboden. Je wordt niet zo snel gevraagd voor een column, tenzij je bekende Nederlander bent. Ik ben als student al begonnen met het schrijven van columns voor Mare, het blad van de Universiteit Leiden. Daar kreeg ik veel positieve reacties op mijn columns van andere journalisten. Toen heb ik op een dag gewoon een korte mail naar NRC gestuurd met daarbij drie voorbeelden van mijn werk. Ik schreef volgens mij letterlijk: Ik ben Rosanne Hertzberger en ik wil graag columnist bij jullie worden.

En dat werkte?

Rosanne Hertzberger: Ze zeiden natuurlijk niet meteen ja, maar ik kreeg wel een positieve reactie. Ze nodigden me uit om een paar opiniestukken te schrijven. Dat heb ik gedaan, en uiteindelijk mocht ik inderdaad een column schrijven, eerst in nrc.next later ook in NRC Handelsblad. Ik zou iedereen aanraden om het op deze manier aan te pakken. Mijn advies is: bied jezelf gewoon aan bij een lokale krant, een website of een studentenblad. Als je columnist wilt worden, moet je een beetje lef hebben.

Voor meer inspiratie en schrijftips, schrijf je in voor mijn nieuwsbrief, of volg een schrijfcursus bij Schrijfvis. 

 

Lees ook:

One Comment, RSS

  1. Suzanne maart 22, 2017 @ 9:34 pm

    Dat jij dat ook hebt met Rosanne! Bloed onder nagels is de perfecte uitdrukkig. Hoewel het op een bepaalde manier went.

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

Ontvang maandelijks de beste schrijftips (gratis)

Verhelder je teksten