Uncategorized

Schrijfvis heeft iets nieuws. In de mini-podcast ‘Schrijfvis doet iets met taal’ bespreek ik samen met taalkundige Wouter van Wingerden (van het blog doetietsmettaal.nl) in drie minuten een interessante taal- of schrijfkwestie. In deze uitzending: contaminaties.

Mag je schrijven: ‘ik heb dat uitgeprint’, of moet het zijn: ‘ik heb dat geprint’?

Podcast: ‘moet dit overnieuw?’

Veel regels over contaminaties zijn niet zo streng als vaak wordt aangenomen. In deze podcast antwoord op de volgende vragen:

  • Is uitprinten nu echt een fout werkwoord?
  • Mag je zeggen: ‘dit moet overnieuw’?
  • Hoe ontstaan dit soort verhaspelingen van twee uitdrukkingen?

 

Read more

out-of-office-reply

Afgelopen zomer plofte deze out-of-office-reply in mijn mailbox.

Tot en met 31 mei ben ik op vakantie! Voor dringende zaken – cavia’s nemen de wereld over, die orde van grootte – ben ik bereikbaar op onderstaand telefoonnummer.

Het was de afwezigheidsnotificatie van mijn Volkskrant-collega Ronald Velthuizen, tot nu toe de enige out-of-office reply die me hardop deed lachen. Het schrijven van een goede afwezigheidsnotificatie lijkt een routineklusje waaraan je niet veel verkeerd kunt doen. Je informeert je lezer simpelweg dat je afwezig bent en noemt de datum waarop je weer terug bent van vakantie.

Out-of-office-reply schrijven

Maar met een goede out-of-office-reply kun je meer bereiken: sympathie en meer rust voor jezelf. Als je bijvoorbeeld schrijft dat mensen je alleen mogen bellen als cavia’s de dienst gaan uitmaken, zullen de meeste mailers tenminste glimlachen én drie keer nadenken voordat ze de telefoon pakken en je uit je vakantiebubbel bellen.

Maar hoe componeer je een sympathieke afwezigheidsmelding? Wat zijn de beste tactieken om jezelf en je lezer een goed gevoel te bezorgen? Zeven tips en voorbeelden van experts.

Read more

scheldwoorden

‘Lillend vogelbekdier’

‘Chocoladesnol!

‘Platgekeesd snotkegelwijf’

Hoe grof mag je zijn als schrijver? Deze week herlas ik het boek Rosie van Stephen King, één van mijn favoriete auteurs. Rosie gaat over een vrouw die op de vlucht is voor haar man Norman, een gewelddadige psychopaat die vastbesloten is haar te vermoorden omdat ze bij hem is weggelopen. Sommige hoofdstukken worden verteld vanuit het perspectief van Norman. Deze cursief gedrukte pagina’s barsten van de scheldwoorden en aanstootgevende taal. Je wordt meegetrokken in de logica van een grofgebekte vrouwenhater.

Niets van dit alles zou die hoeren van het blijf-van-mijn-lijfhuis veel uitmaken, dat wist Norman net zo goed als hij zijn eigen naam kende.

En met een hoer-hoer-hier en een hoer-hoer-daar, dacht Norman, terwijl hij ervoor zorgde dat hij zijn langzame kuierpas aanhield, en ervoor zorgde het huis niet met een lange blik te verzwelgen, maar met kleine hapjes. Hier een hoer, daar een hoer, een hoer-hoer overal. Ja inderdaad. Overal een hoer-hoer.

Kuttenkasteel, recht vooruit!

Scheldwoorden

De vrouwonvriendelijke redeneringen van de hoofdpersoon zijn vaak zo absurd dat het grappig is, maar tegelijkertijd zit er een donker randje aan zijn vuilbekkerij, waardoor het verhaal meer spanning krijgt. Je wordt je als lezer steeds meer bewust van zijn bizarre denkbeelden en het gevaar dat hij vormt voor de hoofpersoon Rosie. Het gevloek en getier van Norman geeft je een inkijkje in de geest van een psychopaat.

Hij had Stamper om dezelfde reden gemold als waarom hij die roodharige hoer in haar lichtbruine hotpants had gewurgd – omdat er iets van de bodem van zijn geest naar boven was gekropen en hem had gedwongen het te doen. Dat ding was daar nu steeds vaker en hij wilde er niet aan denken.

Maar het effect van de grove taal gaat verder dan dat. Door de simplistische en racistische redeneringen, besef je dat er waarschijnlijk in het echte leven ook mensen bestaan zoals Norman. Dat geeft het boek iets onbestemds.

Het grote oude nikkerkreng deed Norman vaag denken aan een rugbyspeler uit Chicago, William Refrigerator Perry. Als je ooit probeert me te slaan schattenbout, gebruik ik je als trampoline, mompelde hij.

Bij het lezen van Rosie, vroeg ik me af: hoe ver kun je eigenlijk gaan als schrijver met aanstootgevende, vrouwonvriendelijke en racistische taal? Zit er een grens aan welke scheldwoorden je in de literatuur mag gebruiken?

Een snelle scan van Nederlandse literatuur leert dat je je als schrijver veel kunt permitteren als het om scheldwoorden gaat. Zo lang het functioneel is voor het verhaal, mag bijna alles. Dat blijkt uit het werk van bijvoorbeeld Harry Mulisch, Simon Vestdijk en Ronald Giphart. Deze schrijvers leggen hun personages net als King af en toe de meest weerzinwekkende teksten in de mond om hun karakter of gemoedstoestand te benadrukken.

Hieronder een overzicht van de 13 grofste scheldpartijen uit de Nederlandse literatuur. De origineelste exemplaren lees je onderaan – ze zijn afkomstig van schrijver Ronald Giphart.

Read more