Slimmer werken

nee zeggen

In deze post lees je waarom ik Tommy Wieringa maar een aansteller vond,  hoe ik mezelf bijna over de kop werkte en hoe nee zeggen je populairder kan maken…

Het begon met een telefoongesprek.
‘Ik kan het hem vragen, maar ik ben bang dat hij nee zegt’, zei de man van de uitgeverij’

Toen ik als redacteur werkte voor Intermediair wilde ik Tommy Wieringa interviewen. Zijn persoonlijke assistent van de uitgeverij waarschuwde me meteen dat hij moeilijk was te strikken voor  zaken die hem zouden afleiden van het schrijven. ‘Nee zeggen op dit soort verzoeken, is zijn standaardmodus als hij aan een boek werkt’, zei hij.

Overdreven, vond ik. Ik wilde een groot artikel schrijven over mensen die zich terugtrokken in kloosters om geconcentreerd te kunnen werken (lees het hier). Wieringa deed dat ook regelmatig, zo had ik gelezen. Ik hoefde hem hooguit een kwartiertje te spreken. Zouden die vijftien minuten echt zijn nieuwe literair meesterwerk in de weg staan, of was hij gewoon te beroerd om met een journalist te praten? Ik hing wat geïrriteerd op.

Nee zeggen op je werk

De laatste tijd heb ik vaak aan het gesprek teruggedacht. Het was kinderachtig om zo te reageren. Als je dit soort kromme gedachtes hebt over mensen die nee zeggen, is de kans groot dat je het zelf moeilijk vindt om je grenzen aan te geven in je werk.

Want wat zal de ander wel niet denken bij het horen van het woord nee? Dat je een aansteller bent, of arrogant? Dat je je werk niet aankan? Zullen ze je voorgoed afschrijven?

Ik had een harde leerschool nodig om erachter te komen dat nee zeggen geen zwaktebod is maar een kwaliteit, zeker als een creatief beroep zoals schrijven je grote passie is. Je kunt creativiteit niet onbeperkt aanwenden, en dus moet je zuinig zijn op je tijd.

Bijna gaf ik  de droom om een boek te schrijven op, bijna had ik een complete burnout te pakken. Alleen omdat ik het zo moeilijk vond om dat ene woord uit mijn mond te krijgen, of te typen in een e-mail. Aan de hand van mijn eigen ervaringen geef ik in deze post 9 redenen om vaker nee te zeggen op je werk- juist als het je passie is.

Read more

creatief denken

Toen ik net begon als freelance journalist, voerde ik bij het schrijven van lastige artikelen soms een omslachtig ritueel uit waarbij ik al mijn kleren uittrok om creativiteit op te wekken (wees gerust, ik werkte destijds niet op een redactie maar thuis).

Als ik vastzat in een complexe alinea, sprong ik midden op de dag onder de douche, in de hoop dat ik onder de warme stralen nieuwe inspiratie zou opdoen. Voor mijn gevoel werkte de douche-methode. Als ik een halfuurtje na mijn bezoek aan de badkamer weer met nat haar achter de computer zat, ging het schrijven vaak beter. Ik had nieuwe inzichten opgedaan.

Maar kwam dat echt door het douchen? Een paar maanden geleden interviewde ik onderzoeker en psycholoog Carsten de Dreu. In zijn boek Creativiteit krijg je niet voor niets, geeft hij een uitgebreid overzicht van alle wetenschappelijk onderbouwde methodes die leiden tot creatief denken.

Toen ik over mijn douche-ritueel de vertelde, begon hij te lachen.

Read more

afleiding zoeken

Als ik schrijf aan de eerste versie van een lang artikel, gedraag ik me als een junkie. Ik ben verslaafd aan afleiding. Dat blijkt uit uit mijn browsegeschiedenis en – jawel – een gesprek met een psychiater. In deze post lees je wat er in je hersenen gebeurt als je op zoek gaat naar afleiding tijdens het schrijven en je krijgt concentratietips van een expert.

Vorige week werkte ik een halve dag aan een verhaal over een illusionist voor Volkskrant Magazine. Ik had me had voorgenomen om me niet te laten afleiden door e-mails, nieuwssites, of social media.

Maar in de twee uur dat ik ongestoord zou werken, bezocht ik volgens de geschiedenis van mijn webbrowser 63 websites.  Ik surfte van Facebook naar Twitter, Gmail en de New York Times. Daarnaast checkte ook regelmatig Whatsapp op mijn telefoon.

Zo’n schrijfdag vol versplinterde aandacht is helaas geen uitzondering. Ik schrijf bijna elk stuk met een half oog op mijn telefoon of op internetsites die ik helemaal niet wil bezoeken. Uiteindelijk komen de artikelen altijd af, maar efficiënt werk ik zeker niet. Kortom: ik heb grote behoefte aan wat concentratietips.

Waar komt de drang om afleiding te zoeken vandaan? En wat kan ik ertegen doen?

Read more

sneller schrijven

Misschien kan ik beter conducteur worden. Steeds als ik een lange treinreis maak, verbaas ik me mezelf met een paar efficiënte werkuren. Zittend op een een krap treinbankje, kan ik op de op één of andere manier sneller schrijven dan achter mijn bureau.

In dit artikel leg ik uit hoe dat komt, en je maakt kennis met een gigantische hond die me van het schrijven afhield.

Read more

tijdsplanning

De hoofdredacteur van een tijdschrift waarvoor ik schrijf, belde vorige week dat mijn artikel nog niet goed genoeg was. Ze vroeg of we de tekst even konden doornemen.

Het is altijd een kleine dreun als je werk ter discussie staat, dus ik sprong op uit mijn stoel en klikte het nieuwsstukje waar ik aan werkte weg. In de bijkamer van mijn coworking-kantoor voerde een gesprek over wat er aan het artikel schortte.

Toen ik terugkwam bij mijn laptop, was ik nog steeds een beetje uit mijn doen. Ik vergat het nieuwsstukje waar ik mee bezig was en begon met opstellen van achterstallige rekeningen. Daarna nam ik me voor om het bekritiseerde artikel te verbeteren.

Totdat ik me besefte dat ik een telefonische interviewafspraak was vergeten, dus ik pakte de telefoon, maar ik was te laat. De geïnterviewde was niet meer bereikbaar. Ik werd boos op mezelf en kon me nauwelijks nog concentreren.

Toen ik naar huis ging, had ik het gevoel dat de dag een loopje met me had genomen. Op dat moment schoot me een advies te binnen dat ik kreeg van een druïde, een Keltische priester die ik twee jaar geleden interviewde .

Read more