Schrijven algemeen

zinslengte

Bestaat er een ideale zinslengte? Zelf houd ik me bij het schrijven nooit bezig met de lengte van mijn zinnen.

Maar schrijver Jan Brokken beschrijft in zijn geweldige schrijfboek  De wil en de weg hoe hij op de School van Journalistiek werd gedrild om een gemiddelde zinslengte van 15 woorden aan te houden. Zijn leraar Nederlands (meneer Blok) had daar een speciale trainingsmethode voor.

‘We moesten een artikel van drie pagina’s schrijven. Vervolgens moesten we het aantal woorden tellen, dit aantal delen door het aantal zinnen en het cijfer onder het artikel schrijven, bijvoorbeeld 20,7. Vervolgens moesten we het artikel herschrijven en uitkomen op vijftien. De marge was zeer gering: 0,1 of 0,2, beslist niet groter.’

Meneer Blok baseerde zijn lesmethode op een Amerikaans onderzoek waaruit bleek dat lezers een tekst als vlot en prettig leesbaar ervaren als de gemiddelde zinslengte rond de 15 woorden ligt (deze zin is dus te lang).

Zinslengte

Gelukkig zat ik niet in de klas van meneer Blok. Na het lezen van het hoofdstuk berekende ik de gemiddelde zinslengte  van mijn boek Savelsbos met behulp van deze zinslengte-calculator. Deze thriller schreef ik in 2012 en verkocht ik uiteindelijk aan uitgeverij Cargo. Blok had hem waarschijnlijk afgekeurd – de gemiddelde zinslengte was 12,4 woorden.

Maar meneer Blok gaf les in de jaren zestig. Inmiddels is er veel meer onderzoek naar zinslengte gedaan waaruit blijkt dat de ideale lengte van je zinnen vooral afhangt van je publiek. Welke zinslengte gebruik je bij welk soort tekst?

Leesniveau’s: van A1 tot C2

Read more

Schrijfvis heeft iets nieuws. In de mini-podcast ‘Schrijfvis doet iets met taal’ bespreek ik samen met taalkundige Wouter van Wingerden (van het blog doetietsmettaal.nl) in drie minuten een interessante taal- of schrijfkwestie. In deze uitzending: contaminaties.

Mag je schrijven: ‘ik heb dat uitgeprint’, of moet het zijn: ‘ik heb dat geprint’?

Podcast: ‘moet dit overnieuw?’

Veel regels over contaminaties zijn niet zo streng als vaak wordt aangenomen. In deze podcast antwoord op de volgende vragen:

  • Is uitprinten nu echt een fout werkwoord?
  • Mag je zeggen: ‘dit moet overnieuw’?
  • Hoe ontstaan dit soort verhaspelingen van twee uitdrukkingen?

 

Read more

begrijpelijk schrijven

Zelfs vissen zitten tegenwoordig aan de antidepressiva. Tenminste, dat had je kunnen denken bij het lezen van een berichtje dat ik onlangs schreef voor Nu.nl.

Het stuk ging over een opmerkelijke bevinding van Amerikaanse wetenschappers. Ze troffen de resten van medicijnen tegen depressiviteit aan in de hersenen van tientallen vissen.

In het stuk legde ik uit om welke soorten het ging (onder meer baarzen en rietvoorns) en waar deze dieren waren gevangen (in de Grote Meren bij de Niagarawatervallen). Ook schreef ik op welke stoffen er precies in de hersenen van de vissen waren aangetroffen, en wat de antidepressiva voor effect hebben op het brein van de dieren (ze worden er suf van en slaan geen acht meer op roofdieren).

Pas toen een collega een simpele vraag aan me stelde, drong het tot me door dat mijn stuk niet bepaald het toonbeeld van begrijpelijk schrijven was. ‘Leuk stuk over die vissen’, zei hij. ‘Maar één ding snap ik niet: hoe komen die antidepressiva in de hersenen van vissen terecht?’

Begrijpelijk schrijven

Bij het horen van zijn opmerking kon ik mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Het is logisch dat een lezer als eerste wil weten hoe een vis aan antidepressiva komt (er leven geen psychiaters op de zeebodem). Waarom had ik de meest voor de hand liggende vraag in het onderzoek niet beantwoord?

Het had te maken met voorkennis. Ik ben al ruim tien jaar wetenschapsjournalist en heb meerdere stukken geschreven over de resten van medicijnen die in riolen belanden. Zo publiceerde ik eerder over vissen die vrouwelijker worden door medicijnresten in het water. Inmiddels is het voor mij als wetenschapsjournalist voor de hand liggend dat deze resten via het riool in zee belanden, daardoor vergat ik dit uit te leggen aan de lezer: een beginnersfout.

Voorkennis is één van de grootste handicaps bij het schrijven van artikelen voor een breed publiek. Soms heb je zo veel ervaring met een bepaald onderwerp dat je denkstappen overslaat in je uitleg. Dit is de reden dat artikelen uit het bedrijfsleven of de wetenschap vaak onleesbaar zijn voor buitenstaanders. Deze stukken staan vol met jargon, afkortingen en redeneringen die alleen voor insiders zijn te volgen.

Uiteindelijk kon ik het stuk over de vissen op nu.nl gemakkelijk verduidelijken door een zin toe te voegen. Maar de misser maakte er weer eens van bewust hoe belangrijk het is om je bewust te zijn van  voorkennis.

De kunst van begrijpelijk schrijven is om je tijdens het schrijfproces in de huid van een leek te kruipen en al je voorkennis los te laten. Maar hoe doe je dat? Voor mezelf en andere schrijvers die voor een breed publiek schrijven: 5 tips.

Read more

kantoortaal

Met hulp van Japke-d. Bouma heb ik in deze blogpost wat ‘toegevoegde waarde geco-creeërd’. Ja, kantoortaal komt goed van pas als je je op je werk interessanter wilt voordoen dan je bent.

‘Daarom zijn er bijvoorbeeld enorm veel synoniemen voor vergaderen’, zegt Bouma, NRC-columnist en deskundige op het gebied van kantoortaal. ‘Als je de hele dag alleen maar zit te vergaderen, kun je dat op minstens zeven manieren zeggen of in de agenda schrijven, zodat het lijkt alsof je veel verschillende en belangrijke dingen doet.’

  1. ‘We hebben een standup’ – dat is een ochtendvergadering waarbij je staat.
  2. We gaan even zitten – zittend vergaderen dus.
  3. We gaan even brainstormen – dat is eigenlijk ook gewoon vergaderen.
  4. ‘We hebben een meeting’ – Engels klinkt interessanter.
  5. We gaan even sparren’ – ja, vergaderen dus weer.
  6. We hebben een bila’tje – een bilateraal overleg, met twee personen dus.
  7. ‘We hebben een een trila, trilateraal overleg, als je met z’n drieën bent.

Bouma’s column over kantoortaal in NRC is één van de populairste rubrieken uit de krant, waarschijnlijk omdat haar voorbeelden (van uitrollen tot agile werken en scrummen) voor veel mensen zo herkenbaar zijn.

Onlangs verscheen haar nieuwe boek over kantoorclichés: Ga zelf lekker in je kracht staan. In dit interview bespreekt Bouma in totaal 25 jeukwoorden (vet gedrukt). Ook lees je welke misverstanden er kunnen ontstaan als je teksten te veel kantoortaal en ander jargon bevatten.

Read more

contaminatie

Als schrijver maak je geen sterke indruk wanneer je twee uitdrukkingen door elkaar haalt en combineert tot een niet bestaand werkwoord of gezegde (een contaminatie heet dat, er zit er ook één in de kop van dit artikel).

Toch gebeurde dit me bijna bij mijn eerste interview over mijn thriller Savelsbos. Vlak voordat ik werd gebeld door een verslaggever van de website Mustreads, vertelde ik aan een collega waar ik het interview over zou gaan – over de kans dat mijn eerste boek meteen een bestseller zou worden.

‘Die kans is natuurlijk klein, want ik ben geen Stephen King of een andere bekende schrijver’, zei ik. ‘Ik hoop dat mijn boek bekend wordt door mond-op-mond-reclame van de lezers.’

‘Mond-op-mond-reclame?’ Mijn collega keek me lachend aan.  ‘Wat bedoel je daarmee? Wil je dat mensen anderen vol op de mond zoenen als ze  over het boek vertellen?’

Eerlijk is eerlijk: het drong niet meteen tot me door. Maar ik had de uitdrukking mond-tot-mond-reclame verward met met mond-op-mond-beademing en gecombineerd tot mond-op-mond-reclame. Het gênante was dat ik de fout niet voor het eerst maakte. Ik was altijd in de veronderstelling geweest dat mond-op-mond-reclame de juiste uitdrukking was. Kortom: ik had last van een ruim dertig jaar durende contaminatie.

Contaminatie

Op zich is het natuurlijk geen schande om twee uitdrukkingen te vermengen, het gebeurt bijna iedereen wel eens. Zelfs in kwaliteitskranten en op de websites van gerenommeerde bedrijven en organisaties kom je contaminaties tegen.

Toch schaamde ik mezelf een beetje – had iemand me niet twintig jaar eerder kunnen corrigeren, op een leraar Nederlands op school bijvoorbeeld? Gelukkig maakte ik de fout door het gesprek met mijn collega uiteindelijk niet in het interview met Mustreads. De kop van het artikel was: ‘Ik geloof in ouderwetse mond-tot-mond-reclame.’

Om de kans op nieuwe taalblunders te verkleinen, verzamelde ik voor deze blogpost de meest voorkomende contaminaties in het Nederlands. Bij welke uitdrukkingen is de kans het grootste dat je in de fout gaat? Een overzicht.

Read more

persbericht schrijven

Een persbericht schrijven; je doet het niet om de prullenbak van redactie-mailboxen te vullen. Toch worden veel persberichten door journalisten nauwelijks gelezen en uiteindelijk verwijderd.

Meer dan 70 procent van alle nieuwsberichten haalt nooit een krant of nieuwssite, zo blijkt uit dit onderzoek.

(Zelf heb ik in mijn carriere als journalist duizenden persberichten naar de prullenbak gesleept – sorry als er één van jou bij zat.)

Om het goed te maken leg ik in deze post uit waarom de meeste persberichten niet worden gelezen. Natuurlijk bespreek ik ook hoe je wél de aandacht van journalisten trekt. En ik leg uit waarom je bij het schrijven van een persbericht niet aan je baas moet denken maar eerder aan je puberende neefje en je oma.

Met mijn buitenstaander-methode leer je uiteindelijk in 7 stappen een goed persbericht schrijven.

Read more

leenwoorden

In een personeelsadvertentie ontdekte ik laatst een bijzonder nieuw leenwoord uit het Engels (tussen een wirwar van andere leenwoorden). Hieronder een kleine bloemlezing uit de oproep van het bedrijf Originals.

Als communicatie consultant tackel je de kern van het probleem van de klant (…) Voor ondernemerschap en drive kunnen we op je rekenen. (…) Jij gaat voor de win-win. Wil jij het verschil maken? Join ons team van originals…uhh professionals.

Het woord ‘join’ klinkt wat mij betreft nogal vergezocht in een Nederlandse tekst, vooral omdat je met gemak minstens drie goede alternatieven kunt bedenken die niet Engelstalig zijn.

Kom ons team van professionals versterken

Kom bij ons werken

Sluit je aan bij ons team van professionals

Het bedrijf heeft ongetwijfeld een goede reden om voor ‘join’ te kiezen. Ik vermoed dat het leenwoord de tekst samen met de andere anglicismen een hippe, internationale uitstraling moet geven. Maar het probleem is dat het een beetje gezocht overkomt – of moet ik zeggen: een beetje try-hard.

Leenwoorden

Pochen met leenwoorden gebeurt niet alleen in het Engels, maar ook met uitdrukkingen uit andere talen. Pas ontving ik een e-mail van een redacteur van de VARA-gids. Ze wilde me interviewen over mijn ex-kantoorgenote Rosanne Hertzberger die onlangs te gast was in het programma Zomergasten. (Ze had dit stuk van me gelezen en wilde meer weten over onze haat-liefde-verhouding).

In de e-mail schreef de redacteur. ‘We zijn bezig om wat faits-divers te verzamelen over Rosanne. Daarom zouden we je graag interviewen.’

Je zou in plaats van ‘faits-divers’ ook gewoon wetenswaardigheden kunnen schrijven, maar ‘faits divers’ staat net wat intelligenter, of moet ik zeggen: erudieter.

Leenwoorden vermijden

Leenwoorden uit het Engels, Frans of Duits worden steeds vaker gebruikt om teksten op op te leuken en de schrijver meer aanzien te geven. Maar de lijn tussen een goed gekozen leenwoord en een gezocht exemplaar is dun. Voor rake leenwoorden bestaat eigenlijk geen vergelijkbare uitdrukking in het Nederlands, of in ieder geval geen woord dat de lezer hetzelfde gevoel geeft. Ze maken je tekst begrijpelijk, of voegen iets toe aan de betekenis.

Een zin als ‘Ik ga deze app downloaden‘, kun je bijvoorbeeld nauwelijks vervangen door een volledig Nederlandse zin. (Of je moet van mening zijn dat we het woord app zouden moeten vervangen door ‘toep’)

Gezochte leenwoorden zoals ‘join’ en ‘faits-divers’ gebruik je mijns inziens vooral omdat je graag wilt laten zien dat jij het net even anders doet. En juist doordat de aanwezigheid het leenwoord er zo dik bovenop ligt, loop je het risico dat je tekst iets van zijn kracht verliest.

Hieronder 13 leenwoorden die je volgens mij beter kunt vermijden als tekstschrijver.

Read more

schrijftechniek

Vorige week kwam ik een interessante schrijftechniek tegen in advertentie van 365 dagen succesvol, een online platform voor zelfontwikkeling. Ik las op Facebook deze wervende tekst voor het jaarprogramma.

Misschien hoor je ‘m wel eens fluisteren: is dit nu alles wat er is? De stem in je hoofd hoor je vaker dan je wilt – en steeds zegt ‘ie precies wat er wringt. Je weet dat er veel méér in jezelf zit dan je eruit haalt. Je bent tot méér in staat dan je nu laat zien. Je weet heel goed dat die stem gelijk heeft.

De advertentie is behoorlijk effectief, want het jaarprogramma van 365 dagen succesvol is al een paar jaar op rij uitverkocht. Waarschijnlijk herkennen veel mensen zich in de advertentie. Dat komt omdat de schrijver gebruik maakt van een bijzondere schrijftechniek die is gebaseerd op een effect uit de psychologie, waarmee je een tekst extra herkenbaar en ‘raak’ kunt laten overkomen op de lezer.

Dit voor tekstschrijvers zeer bruikbare effect werd in 1948 ontdekt door de Amerikaanse psycholoog Bertram Forer.

Read more

ambtelijk taalgebruik

Tot een paar jaar geleden gebruikte ik regelmatig een vorm van ambtelijk taalgebruik in e-mails. Als ik ergens solliciteerde naar een baan of opdracht, begon ik met: ‘Geachte meneer/mevrouw’

Daarmee toon je beleefdheid en respect, zo was me geleerd.  Totdat ik op een dag een reply kreeg van een hoofdredacteur.

‘Wat grappig dat je me aanschrijft met ‘geachte’. Ik dacht dat alleen mensen in de politiek elkaar zo aanspraken: ‘geachte leden van de Staten-Generaal!’

Hij had gelijk. ‘Geachte’ is een onnodig formeel woord. Dat besef je vooral als je zelf zo wordt aangesproken. Als ik ‘Geachte meneer Rijnvis’ wordt genoemd in een mail, voel ik me veel minder op mijn gemak dan wanneer ik gewoon wordt aangesproken met ‘Meneer Rijnvis’ of nog beter, ‘Beste Dennis’

Ambtelijk taalgebruik

Het woord ‘geachte’ is maar het topje van grote ijsberg van ambtelijk taalgebruik in e-mails, artikelen en rapporten. Volgens mij zijn er veel formele woorden, zinnen en uitdrukkingen waarmee je onbedoeld je lezers kunt vervreemden van een tekst.

Zelfs in artikelen voor een breed publiek staan soms termen als ‘edoch’, ‘inzake’ en ‘tevens’ (lees verder voor voorbeelden). Eerlijk gezegd geloof ik niet meer dat ze uit beleefdheid worden gebruikt of uit respect voor de lezer. Onbewust kiezen we volgens mij voor ambtelijk taalgebruik als we zelf respectabel willen overkomen.

We kennen formele woorden als ‘geachte’ en ‘tevens’ uit e-mails van overheidsinstellingen, bedrijven en mensen, die gezag willen uitstralen. Als we ze zelf in onze tekst verwerken doen we stiekem hetzelfde: we hopen dat de lezer onder de indruk raakt.

Maar het gekke is dat ambtelijk taalgebruik vaak averechts werkt en juist weinig effect heeft.

Wanneer heb je voor het laatst iemand in het dagelijks leven aangesproken met ‘geachte’? En gebruik je in een gesprek ooit woorden als ‘doch’ of ‘tevens’? De termen zijn voor veel mensen onbekend en staan ver van hun bed: ze voelen zich er niet door aangesproken.

Kortom: als je voor een algemeen publiek wilt schrijven, komt een tekst met veel ambtelijk taalgebruik minder krachtig over. Je schept er afstand mee. Oordeel zelf, welke tekst is aansprekender?

Gaarne vernemen wij in uw schrijven wanneer uw aanvangt met uw werkzaamheden

of

Graag horen wij wanneer u met het werk begint

Nu is bovenstaande voorbeeld misschien wat overdreven, maar er zijn veel kleine formele uitdrukkingen die bij iedereen in de tekst sluipen – omdat je het zo geleerd hebt, uit gewoonte, of omdat je stiekem indruk wilt maken.

Hieronder 13 voorbeelden uit kranten, tijdschriften en mijn eigen werk.

Read more

over-mij-pagina

Ik barstte van het zelfvertrouwen toen ik vorig jaar voor het eerst een over-mij-pagina opstelde voor een blogje over praatjes maken dat inmiddels alweer offline is. Met tien jaar ervaring als schrijvend journalist op zak, zou ik dat introductietekstje wel even uit mijn mouw schudden. Maar toen ik een vriend een dag later een eerste blik op het tekstje gunde, haakte hij na de eerste alinea al af. ‘Het onderwerp van het blog is leuk, maar je moet jezelf op een andere manier voorstellen’, zei hij. ‘Ik haak na twee zinnen al.’

Over-mij-pagina

Hij had gelijk: ik had een risicoloos en wat slaapverwekkend introductietekstje geschreven.

Mijn naam is Dennis Rijnvis. Ik ben wetenschapsjournalist voor De Volkskrant, Quest, Psychologie Magazine en Nu.nl. Op dit blog schrijf ik over de psychologie van praatjes maken en sociale interactie. Hoe maak je een goede eerste indruk tijdens een sollicitatiegesprek? Wat zeg je tegen die leuke man of vrouw in de kroeg? En waarom maken we na ons dertigste minder nieuwe vrienden?

Het probleem van deze over-mij-pagina is de traditionele opbouw. Ik begin bij het begin, heel traditioneel. Eerst vertel ik wie ik ben, wat ik in het dagelijks leven doe, daarna zet ik kort uiteen waar mijn blog over gaat.

Dat voelt heel natuurlijk, in het dagelijks leven doen we dit constant als we onszelf voorstellen. Maar het effect is niet bepaald meeslepend. Denk aan al die verjaardagsfeestjes waarbij je plichtmatig luistert naar een onbekenden die vertellen waar ze vandaan komen, wat voor werk ze doen. Om dit voorspelbare patroon van verhalen vertellen te doorbreken, beginnen goede schrijvers hun verhalen vaak in het midden. Deze techniek wordt ook wel ‘in media res’ genoemd, Latijns voor ‘in het midden van zaken’.

De schrijver sleurt zijn lezers meteen mee naar een spannende of veelzeggende scene in het boek of artikel. Pas daarna wordt verteld het hoe verhaal is begonnen en waar het heengaat. Op die manier houd je de lezer een lekkere kluif voor: lees door en je krijgt meer van dit soort spanning en actie.

Hieronder lees je drie bekende voorbeelden van ‘in media res’ uit de literatuur, daarna vertel ik hoe je de techniek kan gebruiken om jezelf voor te stellen, bijvoorbeeld op de over-mij-pagina van je blog.

Read more