Author's Posts

inkorten

‘Ik denk dat ik in mijn leven al zeker 1000 keer ‘het feit dat’ heb geschreven, waarna ik het zinsdeel ongeveer 500 keer weer heb verwijderd. Dat ik het in de helft van de gevallen heb laten staan, maakt me verdrietig.’

Met deze zelfkritiek opent schrijver E.B. White zijn boek The Elements of Style, een flinterdunne maar inmiddels klassieke stijlgids voor schrijvers.

Herkenbaar. Een zin waarin je de constructie ‘het feit dat’ gebruikt, wordt altijd langer en ingewikkelder dan nodig. En toch moet ik het vaak schrappen uit mijn eerste versies van artikelen. Deze week schreef ik in een artikel over niertransplantaties de volgende zin:

Ze is gewend geraakt aan het feit dat ze dagelijks insuline moet spuiten.

Bij het herschrijven schrapte ik ‘het feit dat’ en de de zin werd onmiddellijk krachtiger.

Ze is eraan gewend dat ze dagelijks insuline moet spuiten.

Er zijn meer van dit soort overbodige, formele zinsdelen die ik vaak gedachteloos gebruik in eerste versies, zoals ‘de reden daarvan is…’, ‘niet voor niets’, of ‘in termen van’. Ook in artikelen van andere schrijvers zie ik dit soort formuleringen soms terugkomen.

Zinsdelen schrappen

Ik vermoed dat we dit soort taal allemaal onbewust gebruiken om zinnen iets gewichtigs te geven, misschien om onze eigen onzekerheid te temperen. Het werkt natuurlijk averechts. Als je ‘het feit dat’ schrijft, wordt iets niet opeens een feit. Het staat eerder een beetje geforceerd en plechtstatig. Daarnaast word je zin omslachtiger omdat je een bijzinnetje toevoegt na het woord je ‘dat’.

In The Elements of Style verklaart White samen met zijn mede-auteur (de illustere taalprofessor William Strunk) de oorlog aan dit soort langdradig taalgebruik.

Het boekje stamt uit 1918 en is gericht op de Amerikaanse taal, maar ook Nederlanders kunnen er veel van leren.

De conclusie van de auteurs:

‘Een zin zou geen onnodige woorden moeten bevatten en een paragraaf geen onnodige zinnen, net als dat een tekening geen onnodige lijnen bevat en een machine geen onnodige onderdelen’

Geïnspireerd door Strunk en White verklaar ik mijn eigen oorlog aan 9 onnodige zinsdelen waaraan ik me erger in mijn eigen teksten, en soms ook in teksten van anderen. Schrap deze zinsdelen liever nu dan straks uit je teksten.

Read more

eindredacteur

‘Het is kinderachtig’, zei een collega laatst tegen me. ‘Maar als ik een een mailtje krijg van een eindredacteur met wijzigingen in mijn artikel, is mijn eerste reactie: Wel verdomme! Wat een onzin! ‘Later besef ik altijd dat de eindredacteur eigenlijk wel een punt heeft en mail ik iets braafs terug.’

Zelf reageerde ik in mijn beginjaren als freelance journalist te snel en te verbolgen als de redactie kritiek uitte op één van mijn artikelen. Ik stuurde vaak per omgegaan een mail terug.  ‘Dat woord in de laatste regel kun je echt niet veranderen.’ Ik heb zelfs ooit iets belachelijks gemaild als: ‘Ik denk echt dat het stuk goed is zonder deze wijzigingen, als jij vindt van niet, dan moet je het maar niet publiceren.’

Onlangs zat ik aan de andere kant van de tafel. Ik viel in als eindredacteur bij een tijdschrift en deed mijn uiterste best om nuttige opmerkingen te plaatsen bij artikelen van freelancers.

Een paar dagen later hing één van de auteurs aan de telefoon. Hij klonk lichtelijk verontwaardigd en deed eigenlijk al mijn opmerkingen af als gezeur. Kortom: hij reageerde zoals ik zelf zo vaak heb gereageerd.

Ik denk dat iedere schrijver of journalist soms in deze valkuil trapt. Weinig werk is zo persoonlijk als schrijven: een tekst komt rechtstreeks uit jezelf, het zijn jouw gedachten, maar dan op papier. Als iemand je artikel meteen wil veranderen, voelt het een beetje alsof een kind dat je net hebt gebaard onmiddellijk een facelift krijgt, omdat het te lelijk is.

Kortom: een schrijver vat kritiek van de eindredactie volgens mij vaak onbewust te persoonlijk op, terwijl de eindredacteur simpelweg het verhaal beter wil maken.

Ik verbied mezelf daarom al enkele jaren om verbolgen te reageren op kritiek van eindredacteuren. Als ik een kritisch mailtje ontvang, ga ik een rondje hardlopen of een nachtje slapen om ‘de navelstreng’ met mijn artikel door te knippen.

Daarna kijk ik nog eens naar de wijzigingen met deze 7 geboden in gedachten.

Read more

Bart-Jan Kazemier

“Als je een e-mail schrijft, heb je tot op zekere hoogte hetzelfde doel als bij een thriller”, zegt Bart-Jan Kazemier. “Je wilt de aandacht van je lezer grijpen en vasthouden.”

Kazemier is de schrijver van de thriller Drone. Het boek kreeg vijf sterren in de Volkskrant en is genomineerd voor de Gouden Strop, de prijs voor de beste Nederlandse thriller van 2016. Zijn schrijfstijl is helder, krachtig en meeslepend. Maar hoe is dat als hij een doodgewone e-mail schrijft?

In een interview met Schrijfvis geeft de voor de Gouden Strop genomineerde thrillerauteur schrijftips voor in het dagelijks leven. En wees gerust, hij moedigt je niet aan om moordscenes in je mails te verwerken. ‘Een e-mail of een pitch spannender maken, kan met simpele zinnetjes en een vleugje mysterie.’

Read more

content

Toen ik 16 was, vulde ik vakken bij de Albert Heijn. Het was tot nu toe de enige baan in mijn leven waarbij ik dozen moest uitpakken.

Ik haalde tubes tandpasta, pakken muesli of andere levensmiddelen uit de dozen. Vervolgens plaatste ik deze tubes en pakken netjes vooraan in de schappen, zodat klanten ze makkelijk konden pakken. Ik was er niet goed in. Sterker nog: na een paar weken werd ik ontslagen.

‘Je staat te veel te dromen en te denken, je moet gewoon die dozen uitpakken en graag wat sneller’, zei de supermarktmanager. ‘Volgens mij kun je beter wat anders gaan doen.’

Als ik mensen een artikel hoor aanduiden als ‘content’, moet ik altijd aan die korte periode als vakkenvuller denken.  Zeker als ze aan komen zetten met quotes als deze, van managementgoeroe Bob Boiko, schrijver van de Content Management Bible.

‘Een website zonder content is als een lege doos’

Bij dit soort uitspraken krijg ik het gevoel dat mijn oude supermarktmanager mee staat te kijken over mijn schouder terwijl ik aan het schrijven ben. En hoewel ik geloof dat hij een punt had toen me ontsloeg als 16-jarige (ik was geen beste vakkenvuller), zit ik bij het schrijven niet echt te wachten op zijn advies.

Volgens mij is de term ‘content’ voor artikelen niet alleen verkeerd gekozen, maar ook een beetje gevaarlijk – om de volgende 7 redenen.

Read more

synoniemen zoeken

“Je moet dit niet verder vertellen”, zei een collega-journalist laatst tegen me. “Maar als ik een artikel schrijf en te vaak hetzelfde woord gebruik, speel ik een beetje vals bij het zoeken naar synoniemen.” Mijn interesse was onmiddellijk gewekt door die mysterieuze uitspraak.

Iedere schrijver of journalist, probeert in zijn teksten gevarieerde woorden te gebruiken met min of meer dezelfde betekenis. Als je dat niet doet, kom je in de problemen.

Zo schreef ik ooit een verhaal over de geschiedenis van afrodisiaca, oftewel drankjes en etenswaren met een lustopwekkende werking.

Ik was net begonnen als freelance journalist en het was mijn debuut voor een nieuwe opdrachtgever, Quest Historie. Ik deed mijn uiterste best op het verhaal. Ik las geschiedenisboeken over eten, googelde me suf en interviewde twee historici.

In al mijn ijver zag ik iets belangrijks over het hoofd: gevarieerd woordgebruik. De eerste versie kreeg ik terug van een redacteur met de opmerking: ‘Het verhaal zit goed in elkaar, maar je moet echt een synoniem zoeken voor afrodisiaca.’

Origineel

Ze had gelijk. Ik maakte een beginnersfout. Afrodisiaca kwam 29 keer voor in het vier pagina lange artikel. Dat is veel voor een woord dat je nauwelijks drie keer kunt uitspreken zonder je tong erover te breken.

Ik durf  te stellen dat je geen enkel zelfstandig naamwoord zo vaak in een tekst mag gebruiken.  Het is alsof je kleine neefje achter de piano zit en 29 keer dezelfde noot aanslaat. Het gaat je lezer de keel uithangen.

Achteraf had ik bij het schrijven van mijn artikel over afrodisiaca beter de tactiek kunnen gebruiken van de collega-schrijver die vindt dat hij ‘vals speelt’. Als hij aan een artikel werkt, surft hij vaak naar een online synoniemenwoordenboek. ‘Dat voelt altijd een beetje gek’ , zei hij. ‘Een goede schrijver hoort zelf originele woorden en uitdrukkingen te verzinnen. Maar soms lukt dat me me niet.’

Ik vind het niet gek om een synoniemenwoordenboek (deze heb ik pas aangeschaft) bij de hand te houden, eerder professioneel. Een goede kok leest ook nog wel eens een kookboek om zijn kennis bij te schaven. Maar met een boek alleen ben je er niet. Hieronder 11 tips waaraan ik mezelf vaak moet herinneren als ik op synoniemenjacht ga om mijn verhaal afwisselend te houden.

Read more

tijdsplanning

De hoofdredacteur van een tijdschrift waarvoor ik schrijf, belde vorige week dat mijn artikel nog niet goed genoeg was. Ze vroeg of we de tekst even konden doornemen.

Het is altijd een kleine dreun als je werk ter discussie staat, dus ik sprong op uit mijn stoel en klikte het nieuwsstukje waar ik aan werkte weg. In de bijkamer van mijn coworking-kantoor voerde een gesprek over wat er aan het artikel schortte.

Toen ik terugkwam bij mijn laptop, was ik nog steeds een beetje uit mijn doen. Ik vergat het nieuwsstukje waar ik mee bezig was en begon met opstellen van achterstallige rekeningen. Daarna nam ik me voor om het bekritiseerde artikel te verbeteren.

Totdat ik me besefte dat ik een telefonische interviewafspraak was vergeten, dus ik pakte de telefoon, maar ik was te laat. De geïnterviewde was niet meer bereikbaar. Ik werd boos op mezelf en kon me nauwelijks nog concentreren.

Toen ik naar huis ging, had ik het gevoel dat de dag een loopje met me had genomen. Op dat moment schoot me een advies te binnen dat ik kreeg van een druïde, een Keltische priester die ik twee jaar geleden interviewde .

Read more

Eerste versie

Vorig jaar vloog ik naar Seoul om een reportage te maken over een kliniek waar honden worden gekloond. Ik vertrok vrij plotseling, omdat ik de geboorte van een hond zou bijwonen (en geboortes lastig te plannen zijn). Niet handig, want diezelfde week moest ik een verhaal over het menselijk biologisch ritme inleveren bij een andere opdrachtgever. Ik besloot een eerste versie van het artikel in het vliegtuig te tikken.

Ik legde de lat hoog. Het moest een goede eerste versie zijn, zodat ik me in Seoul op het verhaal over de honden kon concentreren.

De vlucht begon goed. Toen ik op het vliegveld aankwam, hoorde ik dat de economy class was volgeboekt. Mijn ticket was omgezet naar eerste klas. Zittend in mijn luxe stoel typte ik de eerste alinea’s binnen een halfuurtje. Ik beloonde mezelf met een drankje en wat nootjes en las mijn begin nog eens over.

Dat viel tegen.

Read more

schrijven is schrappen

Journalist en AKO-literatuurprijswinnaar Jeroen Brouwers hanteert een harde stelregel: wie vaker dan drie keer ‘maar’ op een pagina gebruikt, mag zich geen schrijver noemen.*
Toen ik dat las, heb ik mijn laatste artikel voor de Volkskrant (over een bezoek aan Tsjernobyl) even onder de loep genomen. Daar ga ik meteen in de fout. In de eerste 300 woorden komt vier keer het woord ‘maar’ voor. Hopelijk besluit de eindredactie nog het een en ander te schrappen, zodat mijn naam als schrijver wordt gered.

Oké, de regel van Brouwers is misschien wat overtrokken. Maar hij stipt wel een belangrijk punt aan. We hebben als schrijvers en journalisten allemaal een paar troetelwoordjes – meestal signaalwoorden zoals ‘maar’, ‘als’ en ‘uiteindelijk’ waarmee we de lezers zo soepel mogelijk door het verhaal denken te loodsen.

Read more

artikel schrijven

Wat heeft het schrijven van de eerste zinnen  van een artikel met bier te maken? Toen ik stage liep als journalist bij het populair wetenschappelijk tijdschrift KIJK had ik daar nooit over nagedacht. Urenlang zat ik te broeden op het begin van mijn eerste grote verhaal, een artikel over de geschiedenis van vleesetende planten.

Zeker vijf keer schreef ik een eerste alinea, vijf keer wiste ik de tekst ook weer. Uiteindelijk liep ik het kantoortje van wijlen hoofdredacteur Monique Punter binnen, een beetje ontmoedigd. ‘Het lukt niet’, zei ik. ‘Ik heb enorm veel leuke en grappige informatie gelezen over vleesetende planten. Geen enkele eerste zin lijkt goed genoeg.’

Punter lachte een beetje en haalde haar schouders op.

Read more