Author's Posts

kantoortaal

Met hulp van Japke-d. Bouma heb ik in deze blogpost wat ‘toegevoegde waarde geco-creeërd’. Ja, kantoortaal komt goed van pas als je je op je werk interessanter wilt voordoen dan je bent.

‘Daarom zijn er bijvoorbeeld enorm veel synoniemen voor vergaderen’, zegt Bouma, NRC-columnist en deskundige op het gebied van kantoortaal. ‘Als je de hele dag alleen maar zit te vergaderen, kun je dat op minstens zeven manieren zeggen of in de agenda schrijven, zodat het lijkt alsof je veel verschillende en belangrijke dingen doet.’

  1. ‘We hebben een standup’ – dat is een ochtendvergadering waarbij je staat.
  2. We gaan even zitten – zittend vergaderen dus.
  3. We gaan even brainstormen – dat is eigenlijk ook gewoon vergaderen.
  4. ‘We hebben een meeting’ – Engels klinkt interessanter.
  5. We gaan even sparren’ – ja, vergaderen dus weer.
  6. We hebben een bila’tje – een bilateraal overleg, met twee personen dus.
  7. ‘We hebben een een trila, trilateraal overleg, als je met z’n drieën bent.

Bouma’s column over kantoortaal in NRC is één van de populairste rubrieken uit de krant, waarschijnlijk omdat haar voorbeelden (van uitrollen tot agile werken en scrummen) voor veel mensen zo herkenbaar zijn.

Onlangs verscheen haar nieuwe boek over kantoorclichés: Ga zelf lekker in je kracht staan. In dit interview bespreekt Bouma in totaal 25 jeukwoorden (vet gedrukt). Ook lees je welke misverstanden er kunnen ontstaan als je teksten te veel kantoortaal en ander jargon bevatten.

Read more

contaminatie

Als schrijver maak je geen sterke indruk wanneer je twee uitdrukkingen door elkaar haalt en combineert tot een niet bestaand werkwoord of gezegde (een contaminatie heet dat, er zit er ook één in de kop van dit artikel).

Toch gebeurde dit me bijna bij mijn eerste interview over mijn thriller Savelsbos. Vlak voordat ik werd gebeld door een verslaggever van de website Mustreads, vertelde ik aan een collega waar ik het interview over zou gaan – over de kans dat mijn eerste boek meteen een bestseller zou worden.

‘Die kans is natuurlijk klein, want ik ben geen Stephen King of een andere bekende schrijver’, zei ik. ‘Ik hoop dat mijn boek bekend wordt door mond-op-mond-reclame van de lezers.’

‘Mond-op-mond-reclame?’ Mijn collega keek me lachend aan.  ‘Wat bedoel je daarmee? Wil je dat mensen anderen vol op de mond zoenen als ze  over het boek vertellen?’

Eerlijk is eerlijk: het drong niet meteen tot me door. Maar ik had de uitdrukking mond-tot-mond-reclame verward met met mond-op-mond-beademing en gecombineerd tot mond-op-mond-reclame. Het gênante was dat ik de fout niet voor het eerst maakte. Ik was altijd in de veronderstelling geweest dat mond-op-mond-reclame de juiste uitdrukking was. Kortom: ik had last van een ruim dertig jaar durende contaminatie.

Contaminatie

Op zich is het natuurlijk geen schande om twee uitdrukkingen te vermengen, het gebeurt bijna iedereen wel eens. Zelfs in kwaliteitskranten en op de websites van gerenommeerde bedrijven en organisaties kom je contaminaties tegen.

Toch schaamde ik mezelf een beetje – had iemand me niet twintig jaar eerder kunnen corrigeren, op een leraar Nederlands op school bijvoorbeeld? Gelukkig maakte ik de fout door het gesprek met mijn collega uiteindelijk niet in het interview met Mustreads. De kop van het artikel was: ‘Ik geloof in ouderwetse mond-tot-mond-reclame.’

Om de kans op nieuwe taalblunders te verkleinen, verzamelde ik voor deze blogpost de meest voorkomende contaminaties in het Nederlands. Bij welke uitdrukkingen is de kans het grootste dat je in de fout gaat? Een overzicht.

Read more

persbericht schrijven

Een persbericht schrijven; je doet het niet om de prullenbak van redactie-mailboxen te vullen. Toch worden veel persberichten door journalisten nauwelijks gelezen en uiteindelijk verwijderd.

Meer dan 70 procent van alle nieuwsberichten haalt nooit een krant of nieuwssite, zo blijkt uit dit onderzoek.

(Zelf heb ik in mijn carriere als journalist duizenden persberichten naar de prullenbak gesleept – sorry als er één van jou bij zat.)

Om het goed te maken leg ik in deze post uit waarom de meeste persberichten niet worden gelezen. Natuurlijk bespreek ik ook hoe je wél de aandacht van journalisten trekt. En ik leg uit waarom je bij het schrijven van een persbericht niet aan je baas moet denken maar eerder aan je puberende neefje en je oma.

Met mijn buitenstaander-methode leer je uiteindelijk in 7 stappen een goed persbericht schrijven.

Read more

bestseller schrijven

Bestsellerauteur John Grisham zou waarschijnlijk hoofdschuddend zijn schouders hebben opgehaald als hij hoorde hoe ik bij het schrijven van mijn eerste boek te werk ging.

Ik begon in 2012 aan mijn roman Savelsbos zonder werkplan waarin ik het plot van tevoren had uitgewerkt. Ik had het einde van het verhaal ook nog niet bedacht en introduceerde in het eerste hoofdstuk al meer dan vijf personages.

Met die werkwijze ging ik lijnrecht in tegen de acht schrijfgeboden die Grisham onlangs publiceerde in de New York Times. De voormalig advocaat heeft een enorme hoeveelheid ervaring met het schrijven van boeken. Hij schreef sinds de jaren negentig meer dan 40 rechtbankthrillers, waarvan De Jury, De Cliënt en Advocaat van de Duivel de bekendste zijn. Wereldwijd verkocht de hij meer dan 300 miljoen exemplaren van zijn boeken.

Zijn verhalen zitten vooral planmatig goed in elkaar. Met heldere zinnen bouwt Grisham vanaf de eerste pagina’s van een boek aan ijzingwekkende situaties, die meestal in de rechtszaal tot een verrassende ontknoping komen. Hij werkt dan ook uiterst gedisciplineerd, zo blijkt uit zijn schrijfgeboden.

Als ik volgens Grisham’s methode had gewerkt, zou dat me veel tijd, energie en frustratie hebben bespaard bij het schrijven van mijn eerste boek. Ik liep bij het schrijfproces van Savelsbos meerdere malen vast omdat ik het einde nog niet had bedacht. Ik heb complete hoofdstukken in de prullenbak gegooid en verwijderde meerdere personages uit het verhaal, voordat mijn boek uiteindelijk verscheen.

Vandaar dat ik de schrijfregels van Grisham hieronder publiceer op Schrijfvis, aangevuld met quotes en links naar lezenswaardige interviews met schrijftips van de Amerikaan.

Read more

nee zeggen

In deze post lees je waarom ik Tommy Wieringa maar een aansteller vond,  hoe ik mezelf bijna over de kop werkte en hoe nee zeggen je populairder kan maken…

Het begon met een telefoongesprek.
‘Ik kan het hem vragen, maar ik ben bang dat hij nee zegt’, zei de man van de uitgeverij’

Toen ik als redacteur werkte voor Intermediair wilde ik Tommy Wieringa interviewen. Zijn persoonlijke assistent van de uitgeverij waarschuwde me meteen dat hij moeilijk was te strikken voor  zaken die hem zouden afleiden van het schrijven. ‘Nee zeggen op dit soort verzoeken, is zijn standaardmodus als hij aan een boek werkt’, zei hij.

Overdreven, vond ik. Ik wilde een groot artikel schrijven over mensen die zich terugtrokken in kloosters om geconcentreerd te kunnen werken (lees het hier). Wieringa deed dat ook regelmatig, zo had ik gelezen. Ik hoefde hem hooguit een kwartiertje te spreken. Zouden die vijftien minuten echt zijn nieuwe literair meesterwerk in de weg staan, of was hij gewoon te beroerd om met een journalist te praten? Ik hing wat geïrriteerd op.

Nee zeggen op je werk

De laatste tijd heb ik vaak aan het gesprek teruggedacht. Het was kinderachtig om zo te reageren. Als je dit soort kromme gedachtes hebt over mensen die nee zeggen, is de kans groot dat je het zelf moeilijk vindt om je grenzen aan te geven in je werk.

Want wat zal de ander wel niet denken bij het horen van het woord nee? Dat je een aansteller bent, of arrogant? Dat je je werk niet aankan? Zullen ze je voorgoed afschrijven?

Ik had een harde leerschool nodig om erachter te komen dat nee zeggen geen zwaktebod is maar een kwaliteit, zeker als een creatief beroep zoals schrijven je grote passie is. Je kunt creativiteit niet onbeperkt aanwenden, en dus moet je zuinig zijn op je tijd.

Bijna gaf ik  de droom om een boek te schrijven op, bijna had ik een complete burnout te pakken. Alleen omdat ik het zo moeilijk vond om dat ene woord uit mijn mond te krijgen, of te typen in een e-mail. Aan de hand van mijn eigen ervaringen geef ik in deze post 9 redenen om vaker nee te zeggen op je werk- juist als het je passie is.

Read more

leenwoorden

In een personeelsadvertentie ontdekte ik laatst een bijzonder nieuw leenwoord uit het Engels (tussen een wirwar van andere leenwoorden). Hieronder een kleine bloemlezing uit de oproep van het bedrijf Originals.

Als communicatie consultant tackel je de kern van het probleem van de klant (…) Voor ondernemerschap en drive kunnen we op je rekenen. (…) Jij gaat voor de win-win. Wil jij het verschil maken? Join ons team van originals…uhh professionals.

Het woord ‘join’ klinkt wat mij betreft nogal vergezocht in een Nederlandse tekst, vooral omdat je met gemak minstens drie goede alternatieven kunt bedenken die niet Engelstalig zijn.

Kom ons team van professionals versterken

Kom bij ons werken

Sluit je aan bij ons team van professionals

Het bedrijf heeft ongetwijfeld een goede reden om voor ‘join’ te kiezen. Ik vermoed dat het leenwoord de tekst samen met de andere anglicismen een hippe, internationale uitstraling moet geven. Maar het probleem is dat het een beetje gezocht overkomt – of moet ik zeggen: een beetje try-hard.

Leenwoorden

Pochen met leenwoorden gebeurt niet alleen in het Engels, maar ook met uitdrukkingen uit andere talen. Pas ontving ik een e-mail van een redacteur van de VARA-gids. Ze wilde me interviewen over mijn ex-kantoorgenote Rosanne Hertzberger die onlangs te gast was in het programma Zomergasten. (Ze had dit stuk van me gelezen en wilde meer weten over onze haat-liefde-verhouding).

In de e-mail schreef de redacteur. ‘We zijn bezig om wat faits-divers te verzamelen over Rosanne. Daarom zouden we je graag interviewen.’

Je zou in plaats van ‘faits-divers’ ook gewoon wetenswaardigheden kunnen schrijven, maar ‘faits divers’ staat net wat intelligenter, of moet ik zeggen: erudieter.

Leenwoorden vermijden

Leenwoorden uit het Engels, Frans of Duits worden steeds vaker gebruikt om teksten op op te leuken en de schrijver meer aanzien te geven. Maar de lijn tussen een goed gekozen leenwoord en een gezocht exemplaar is dun. Voor rake leenwoorden bestaat eigenlijk geen vergelijkbare uitdrukking in het Nederlands, of in ieder geval geen woord dat de lezer hetzelfde gevoel geeft. Ze maken je tekst begrijpelijk, of voegen iets toe aan de betekenis.

Een zin als ‘Ik ga deze app downloaden‘, kun je bijvoorbeeld nauwelijks vervangen door een volledig Nederlandse zin. (Of je moet van mening zijn dat we het woord app zouden moeten vervangen door ‘toep’)

Gezochte leenwoorden zoals ‘join’ en ‘faits-divers’ gebruik je mijns inziens vooral omdat je graag wilt laten zien dat jij het net even anders doet. En juist doordat de aanwezigheid het leenwoord er zo dik bovenop ligt, loop je het risico dat je tekst iets van zijn kracht verliest.

Hieronder 13 leenwoorden die je volgens mij beter kunt vermijden als tekstschrijver.

Read more

Blog starten

Een blog starten, het is een voornemen dat veel mensen hebben. Maar waar begin je nu precies aan als je gaat bloggen: hoe veel tijd kost het? Kun je er geld mee verdienen? Hoe word je vindbaar in Google? En waar haal je bijvoorbeeld de foto’s vandaan bij je artikelen? Die vragen (en vele andere) worden vaak gesteld door deelnemers aan mijn cursus Bloggen voor meer websitebezoekers en klanten. Hieronder lees je de 33 meest gestelde vragen en mijn antwoorden.

Read more

schrijftechniek

Vorige week kwam ik een interessante schrijftechniek tegen in advertentie van 365 dagen succesvol, een online platform voor zelfontwikkeling. Ik las op Facebook deze wervende tekst voor het jaarprogramma.

Misschien hoor je ‘m wel eens fluisteren: is dit nu alles wat er is? De stem in je hoofd hoor je vaker dan je wilt – en steeds zegt ‘ie precies wat er wringt. Je weet dat er veel méér in jezelf zit dan je eruit haalt. Je bent tot méér in staat dan je nu laat zien. Je weet heel goed dat die stem gelijk heeft.

De advertentie is behoorlijk effectief, want het jaarprogramma van 365 dagen succesvol is al een paar jaar op rij uitverkocht. Waarschijnlijk herkennen veel mensen zich in de advertentie. Dat komt omdat de schrijver gebruik maakt van een bijzondere schrijftechniek die is gebaseerd op een effect uit de psychologie, waarmee je een tekst extra herkenbaar en ‘raak’ kunt laten overkomen op de lezer.

Dit voor tekstschrijvers zeer bruikbare effect werd in 1948 ontdekt door de Amerikaanse psycholoog Bertram Forer.

Read more

out-of-office-reply

Afgelopen zomer plofte deze out-of-office-reply in mijn mailbox.

Tot en met 31 mei ben ik op vakantie! Voor dringende zaken – cavia’s nemen de wereld over, die orde van grootte – ben ik bereikbaar op onderstaand telefoonnummer.

Het was de afwezigheidsnotificatie van mijn Volkskrant-collega Ronald Velthuizen, tot nu toe de enige out-of-office reply die me hardop deed lachen. Het schrijven van een goede afwezigheidsnotificatie lijkt een routineklusje waaraan je niet veel verkeerd kunt doen. Je informeert je lezer simpelweg dat je afwezig bent en noemt de datum waarop je weer terug bent van vakantie.

Out-of-office-reply schrijven

Maar met een goede out-of-office-reply kun je meer bereiken: sympathie en meer rust voor jezelf. Als je bijvoorbeeld schrijft dat mensen je alleen mogen bellen als cavia’s de dienst gaan uitmaken, zullen de meeste mailers tenminste glimlachen én drie keer nadenken voordat ze de telefoon pakken en je uit je vakantiebubbel bellen.

Maar hoe componeer je een sympathieke afwezigheidsmelding? Wat zijn de beste tactieken om jezelf en je lezer een goed gevoel te bezorgen? Zeven tips en voorbeelden van experts.

Read more

scheldwoorden

‘Lillend vogelbekdier’

‘Chocoladesnol!

‘Platgekeesd snotkegelwijf’

Hoe grof mag je zijn als schrijver? Deze week herlas ik het boek Rosie van Stephen King, één van mijn favoriete auteurs. Rosie gaat over een vrouw die op de vlucht is voor haar man Norman, een gewelddadige psychopaat die vastbesloten is haar te vermoorden omdat ze bij hem is weggelopen. Sommige hoofdstukken worden verteld vanuit het perspectief van Norman. Deze cursief gedrukte pagina’s barsten van de scheldwoorden en aanstootgevende taal. Je wordt meegetrokken in de logica van een grofgebekte vrouwenhater.

Niets van dit alles zou die hoeren van het blijf-van-mijn-lijfhuis veel uitmaken, dat wist Norman net zo goed als hij zijn eigen naam kende.

En met een hoer-hoer-hier en een hoer-hoer-daar, dacht Norman, terwijl hij ervoor zorgde dat hij zijn langzame kuierpas aanhield, en ervoor zorgde het huis niet met een lange blik te verzwelgen, maar met kleine hapjes. Hier een hoer, daar een hoer, een hoer-hoer overal. Ja inderdaad. Overal een hoer-hoer.

Kuttenkasteel, recht vooruit!

Scheldwoorden

De vrouwonvriendelijke redeneringen van de hoofdpersoon zijn vaak zo absurd dat het grappig is, maar tegelijkertijd zit er een donker randje aan zijn vuilbekkerij, waardoor het verhaal meer spanning krijgt. Je wordt je als lezer steeds meer bewust van zijn bizarre denkbeelden en het gevaar dat hij vormt voor de hoofpersoon Rosie. Het gevloek en getier van Norman geeft je een inkijkje in de geest van een psychopaat.

Hij had Stamper om dezelfde reden gemold als waarom hij die roodharige hoer in haar lichtbruine hotpants had gewurgd – omdat er iets van de bodem van zijn geest naar boven was gekropen en hem had gedwongen het te doen. Dat ding was daar nu steeds vaker en hij wilde er niet aan denken.

Maar het effect van de grove taal gaat verder dan dat. Door de simplistische en racistische redeneringen, besef je dat er waarschijnlijk in het echte leven ook mensen bestaan zoals Norman. Dat geeft het boek iets onbestemds.

Het grote oude nikkerkreng deed Norman vaag denken aan een rugbyspeler uit Chicago, William Refrigerator Perry. Als je ooit probeert me te slaan schattenbout, gebruik ik je als trampoline, mompelde hij.

Bij het lezen van Rosie, vroeg ik me af: hoe ver kun je eigenlijk gaan als schrijver met aanstootgevende, vrouwonvriendelijke en racistische taal? Zit er een grens aan welke scheldwoorden je in de literatuur mag gebruiken?

Een snelle scan van Nederlandse literatuur leert dat je je als schrijver veel kunt permitteren als het om scheldwoorden gaat. Zo lang het functioneel is voor het verhaal, mag bijna alles. Dat blijkt uit het werk van bijvoorbeeld Harry Mulisch, Simon Vestdijk en Ronald Giphart. Deze schrijvers leggen hun personages net als King af en toe de meest weerzinwekkende teksten in de mond om hun karakter of gemoedstoestand te benadrukken.

Hieronder een overzicht van de 13 grofste scheldpartijen uit de Nederlandse literatuur. De origineelste exemplaren lees je onderaan – ze zijn afkomstig van schrijver Ronald Giphart.

Read more