ambtelijk taalgebruik

Tot een paar jaar geleden gebruikte ik regelmatig een vorm van ambtelijk taalgebruik in e-mails. Als ik ergens solliciteerde naar een baan of opdracht, begon ik met: ‘Geachte meneer/mevrouw’

Daarmee toon je beleefdheid en respect, zo was me geleerd.  Totdat ik op een dag een reply kreeg van een hoofdredacteur.

‘Wat grappig dat je me aanschrijft met ‘geachte’. Ik dacht dat alleen mensen in de politiek elkaar zo aanspraken: ‘geachte leden van de Staten-Generaal!’

Hij had gelijk. ‘Geachte’ is een onnodig formeel woord. Dat besef je vooral als je zelf zo wordt aangesproken. Als ik ‘Geachte meneer Rijnvis’ wordt genoemd in een mail, voel ik me veel minder op mijn gemak dan wanneer ik gewoon wordt aangesproken met ‘Meneer Rijnvis’ of nog beter, ‘Beste Dennis’

Ambtelijk taalgebruik

Het woord ‘geachte’ is maar het topje van grote ijsberg van ambtelijk taalgebruik in e-mails, artikelen en rapporten. Volgens mij zijn er veel formele woorden, zinnen en uitdrukkingen waarmee je onbedoeld je lezers kunt vervreemden van een tekst.

Zelfs in artikelen voor een breed publiek staan soms termen als ‘edoch’, ‘inzake’ en ‘tevens’ (lees verder voor voorbeelden). Eerlijk gezegd geloof ik niet meer dat ze uit beleefdheid worden gebruikt of uit respect voor de lezer. Onbewust kiezen we volgens mij voor ambtelijk taalgebruik als we zelf respectabel willen overkomen.

We kennen formele woorden als ‘geachte’ en ‘tevens’ uit e-mails van overheidsinstellingen, bedrijven en mensen, die gezag willen uitstralen. Als we ze zelf in onze tekst verwerken doen we stiekem hetzelfde: we hopen dat de lezer onder de indruk raakt.

Maar het gekke is dat ambtelijk taalgebruik vaak averechts werkt en juist weinig effect heeft.

Wanneer heb je voor het laatst iemand in het dagelijks leven aangesproken met ‘geachte’? En gebruik je in een gesprek ooit woorden als ‘doch’ of ‘tevens’? De termen zijn voor veel mensen onbekend en staan ver van hun bed: ze voelen zich er niet door aangesproken.

Kortom: als je voor een algemeen publiek wilt schrijven, komt een tekst met veel ambtelijk taalgebruik minder krachtig over. Je schept er afstand mee. Oordeel zelf, welke tekst is aansprekender?

Gaarne vernemen wij in uw schrijven wanneer uw aanvangt met uw werkzaamheden

of

Graag horen wij wanneer u met het werk begint

Nu is bovenstaande voorbeeld misschien wat overdreven, maar er zijn veel kleine formele uitdrukkingen die bij iedereen in de tekst sluipen – omdat je het zo geleerd hebt, uit gewoonte, of omdat je stiekem indruk wilt maken.

Hieronder 13 voorbeelden uit kranten, tijdschriften en mijn eigen werk.

Read more

boek schrijven

Een boek schrijven kan een lijdensweg zijn. In het begin van 2014 werkte ik aan een thriller met als werktitel Eeuwig Leven. Het boek zou zeker in de winkel komen te liggen, ik had namelijk al een contract bij uitgeverij Cargo (Bezige Bij). Op mijn bankrekening stond zelfs al een flink voorschot.

Maar er was een probleem, ik worstelde met het schrijfproces en de druk. Het verhaal kreeg maar langzaam vorm, de eenzame uren achter de computer maakten me ongelukkig en het voorschot zorgde ervoor dat het schrijven voelde als een verplichting. In mei 2014 nam ik een rigoureuze beslissing. Ik stortte het geld terug en staakte mijn boekproject.

Boek schrijven – 23 tips

Een boek schrijven kan ook een geweldige ervaring zijn. In 2013 debuteerde ik bij De Bezige Bij/Cargo met de spannende roman Savelsbos. Ik presenteerde het boek voor een volle zaal vrienden en familie in Rotterdam, werd genomineerd voor de schaduwprijs en won de tweede prijs in de Crimezone Debuutawards.

Waarom slaagde het schrijfproces de eerste keer wel, maar lukte het me de tweede keer niet om het boek af te ronden? Het had vooral te maken met psychologie. Een boek schrijven is een kwestie van jezelf motiveren, deadlines stellen, kritisch kijken naar je eigen werk, maar toch ook weer niet té kritisch. Hieronder geef ik 23 tips, opgedaan in de valkuilen waar ik zelf ben ingevallen tijdens het schrijven.

Ga je een boek schrijven? Als je deze lijst adviezen in je achterhoofd houdt, is de kans groter dat jouw boekproject niet strandt en dat je binnenkort net als ik je debuut presenteert op een boekpresentatie met familie en vrienden.

Read more

Foto Arnold Reyneveld

In deze blog lees je een interview met een in auteursrecht gespecialiseerde jurist die al haar klanten binnenhaalt door bloggen. Maar eerst vertel ik hoe ik bij haar terechtkwam: ik bond de strijd aan met een dubbelganger  op het internet.

Toen ik me verveelde op Google en mijn eigen naam intypte, kwam ik terecht op de auteurspagina van een andere Dennis Rijnvis. Hij bleek ook journalist te zijn. Zijn artikelen verschenen op Vrijheid in de Zorg, een nieuwssite waar ik nog nooit van had gehoord. Toen ik zijn artikelen las, bekroop me een vreemd gevoel. De titels kwamen me bekend voor. Ik had deze stukken zelf gepubliceerd op nu.nl. Kortom: de Dennis Rijnvis van Vrijheid in de Zorg was geen naamgenoot, ik was het zelf. De nieuwssite met ‘nieuws en weetjes over zorg’, had zonder dat ik het wist verschillende publicaties van mijn hand letterlijk gekopieerd, zonder toestemming te vragen. Kortom: mijn auteursrecht was geschonden.
In eerste instantie was ik vooral verrast, maar al snel werd ik kwaad. Waar haalden ze het lef vandaan? En wat kun je hier als blogger aan doen?

Read more

over-mij-pagina

Ik barstte van het zelfvertrouwen toen ik vorig jaar voor het eerst een over-mij-pagina opstelde voor een blogje over praatjes maken dat inmiddels alweer offline is. Met tien jaar ervaring als schrijvend journalist op zak, zou ik dat introductietekstje wel even uit mijn mouw schudden. Maar toen ik een vriend een dag later een eerste blik op het tekstje gunde, haakte hij na de eerste alinea al af. ‘Het onderwerp van het blog is leuk, maar je moet jezelf op een andere manier voorstellen’, zei hij. ‘Ik haak na twee zinnen al.’

Over-mij-pagina

Hij had gelijk: ik had een risicoloos en wat slaapverwekkend introductietekstje geschreven.

Mijn naam is Dennis Rijnvis. Ik ben wetenschapsjournalist voor De Volkskrant, Quest, Psychologie Magazine en Nu.nl. Op dit blog schrijf ik over de psychologie van praatjes maken en sociale interactie. Hoe maak je een goede eerste indruk tijdens een sollicitatiegesprek? Wat zeg je tegen die leuke man of vrouw in de kroeg? En waarom maken we na ons dertigste minder nieuwe vrienden?

Het probleem van deze over-mij-pagina is de traditionele opbouw. Ik begin bij het begin, heel traditioneel. Eerst vertel ik wie ik ben, wat ik in het dagelijks leven doe, daarna zet ik kort uiteen waar mijn blog over gaat.

Dat voelt heel natuurlijk, in het dagelijks leven doen we dit constant als we onszelf voorstellen. Maar het effect is niet bepaald meeslepend. Denk aan al die verjaardagsfeestjes waarbij je plichtmatig luistert naar een onbekenden die vertellen waar ze vandaan komen, wat voor werk ze doen. Om dit voorspelbare patroon van verhalen vertellen te doorbreken, beginnen goede schrijvers hun verhalen vaak in het midden. Deze techniek wordt ook wel ‘in media res’ genoemd, Latijns voor ‘in het midden van zaken’.

De schrijver sleurt zijn lezers meteen mee naar een spannende of veelzeggende scene in het boek of artikel. Pas daarna wordt verteld het hoe verhaal is begonnen en waar het heengaat. Op die manier houd je de lezer een lekkere kluif voor: lees door en je krijgt meer van dit soort spanning en actie.

Hieronder lees je drie bekende voorbeelden van ‘in media res’ uit de literatuur, daarna vertel ik hoe je de techniek kan gebruiken om jezelf voor te stellen, bijvoorbeeld op de over-mij-pagina van je blog.

Read more

column schrijven

In deze post krijg je een lesje column schrijven van Rosanne Hertzberger. Maar eerst vertel ik waarom ik altijd ruzie met haar maak. Want ik beken: Rosanne kan het bloed onder mijn nagels vandaan halen. We hebben allebei een flexplek in de coworkingspace Nomadz in Den Haag. Ik werk meestal aan artikelen voor Nu.nl, De Volkskrant, of Quest, Rosanne gebruikt het kantoor als proeftuin voor haar columns in NRC. Ze provoceert haar kantoorgenoten graag met stellingen die ze later in haar artikelen verwerkt.

Een voorbeeldje uit de praktijk. Tijdens de lunch voerden we een gesprek over koetjes en kalfjes – ik vertelde wat ik op tv had gezien.

‘Gisteren zag ik de afscheidsspeech van Hillary Clinton na haar verlies in de verkiezingen. Ik vond dat ze veel sympathieker overkwam dan tijdens de campagne.’

Rosanne: Ja Dennis, uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat mannen een vrouw altijd sympathieker vinden als ze geen bedreiging meer vormt en zichzelf in een ondergeschikte positie plaatst.

Column schrijven = vervelend

Ik voelde me weggezet als vrouwenonderdrukker en we belandden in een felle discussie, zoals bijna elke dag. Maar eerlijk is eerlijk, waarschijnlijk erger ik me vaak aan Rosanne, omdat ze gewoon verrassender denkt dan ik. Ik bewonder haar columns. Niemand in Nederland schrijft volgens mij zo scherp en tegendraads als zij (neem alleen al de titel van haar nieuwe boek – Ode aan de e-nummers). Genoeg redenen om haar te interviewen over haar aanpak bij het column schrijven.

Read more

koppen maken

oede koppen boven artikelen kunnen nogal een verschil maken. Een paar jaar geleden schreef ik een Volkskrant-artikel over manieren om je biologische klok te verzetten. De insteek was: hoe kun je als avondmens veranderen in een ochtendmens? De  eindredactie bedacht een nogal cryptische kop: ‘Matineus. Maar niet heus’.

(Om eerlijk te zijn kende ik het woord matineus niet eens. Het betekent: geneigd om vroeg op te staan).

Het artikel werd in eerste instantie nauwelijks gelezen op de website. Totdat de redactie de kop veranderde in: Zomerjetlag? Biologische klok verzetten is heel eenvoudig. Het stuk steeg met stip naar een plek in de top 10 van meest gelezen artikelen.

Niet zo verrassend natuurlijk. ‘Matineus. maar niet heus’ is zo cryptisch dat weinig mensen de insteek van het artikel meteen zullen begrijpen. Maar wat zijn nu precies de kenmerken van een goede kop: hoe zorg je ervoor dat mensen dat mensen worden gegrepen door de titel van je blogpost of artikel?

Read more

overtuigingstechniek

Deze week kreeg ik een e-mail van een medewerker van Schrijven Magazine. Ze wilde me interviewen en vroeg of we een afspraak konden maken voor een telefoongesprek. Dat leek me leuk, dus ik stemde toe. Een paar dagen later ontving ik een tweede mail, waarin de aap uit mouw kwam.

Ze begon opeens over betaling voor het interview: 600 euro. Kortom: ze wilde me een advertorial verkopen.

Ik voelde me lichtelijk voor de gek gehouden, en heb het aanbod daardoor niet eens overwogen. Maar de vreemde verkoopstrategie zette me wel aan het denken. Wat is nu de beste manier om iemand te overtuigen in een e-mail?

Een greep uit wetenschappelijk onderzoek en eigen inzichten.

Read more

blog schrijven

Mijn eerste blogpost was geen succes. Het was eigenlijk maar een half artikel dat ik postte op het blog van LinkedIn, Pulse. In de eerste alinea’s liet ik vallen dat ik na lang brainstormen een thriller had geschreven .die was uitgegeven door een gerenommeerde uitgeverij. Daarna pochte ik dat ik elke week ideeën voor artikelen verkocht aan landelijke kranten zoals de Volkskrant en Quest. Vervolgens nodigde ik de lezer uit om door te klikken naar mijn website Schrijfvis, waar ik zou onthullen hoe ik deze geweldige ideeën bedacht.

Het resultaat: 4 likes, 0 shares en 37 lezers waarvan minder vijf mensen doorklikten.

Logisch. Niemand zit te wachten op borstklopperij van iemand die eigenlijk alleen maar uit is op verkeer naar zijn website. Maar hoe schrijf je een blog waar mensen wel warm voor lopen?

Read more

motivatiebrief schrijven

Een goede motivatiebrief schrijven is in de eerste plaats een kwestie van clichés omzeilen, zoals deze:

Deze baan zie ik als een grote uitdaging.

Het is mijn droom om aan deze universiteit te studeren

Deze functie is op mijn lijf geschreven.

Deze vacature zie ik als een grote kans.

Dit vak is mijn grote passie.

Alsjeblieft,  doe jezelf en de lezer van je motivatiebrief een plezier en gebruik dit soort zinnen met mate.  Je staat dan al 1-0 voor: je onderscheidt je van alle andere brieven die bol staan van dit soort dertien-in-dozijn-uitdrukkingen.
Iedereen die op een baan solliciteert kan schrijven dat het zijn droom is. Iedereen die zich aanmeldt voor een studie als geneeskunde of rechten kan zeggen dat de studie hem of haar op het lijf geschreven is. Maar daar zitten de mensen die je motivatiebrief beoordelen niet op te wachten. Het moet dus anders.

Wil je een heldere en meeslepende motivatiebrief schrijven en bovenop de stapel komen te liggen bij je beoordelaars, lees dan verder.

Read more

dt-fouten

Eind vorig jaar stuurde ik naar ruim 2000 mensen een e-mail waarvoor ik me nog steeds beetje schaam. In mijn wekelijkse nieuwsbrief, de Schrijfvis schreef ik: passieve zinnen zijn een soort parasieten die het leven uit je teksten zuigen. Hier lees je hoe je ze vermijd.

Pas toen ik op ‘send’ had gedrukt, viel het me op dat ik een t was vergeten achter ‘vermijd’.

Eerlijk is eerlijk: het gebeurt me wel vaker dat ik een dt-fout maak. Vooral als ik een eerste versie van een artikel ter inzage opstuur aan geïnterviewden. Dan schrijf ik bijvoorbeeld ‘dat heeft niemand zo bedoelt’, in plaats van ‘dat heeft niemand zo bedoeld’.

Dt-fouten zijn regelrechte blamages als schrijven je beroep is. Ik vraag me dan ook vaak af hoe dit soort blunders ontstaan in mijn hoofd. De spellingregels ken ik goed, op de school was spelling zelfs één van de weinige onderdelen waarin ik uitblonk.

Maar tijdens het schrijven lijken de regels soms weg te zakken in mijn overpeinzingen over de stijl, de spanningsboog en de precieze formulering van de tekst. Hoe kan ik dat voorkomen?

De Belgische taalkundige Domiek Sandra heeft mogelijk het antwoord op die vraag.

Read more

Ontvang maandelijks de beste schrijftips (gratis)

Verhelder je teksten