passieve zinnen

‘Timide schrijvers houden van passieve zinnen, net als timide minnaars van passieve bedpartners houden.

Stephen King – Over Leven en Schrijven

Deze quote schoot door mijn hoofd toen ik onlangs de eerste versie van een artikel teruglas dat ik schreef voor Quest.  Het stuk ging over kinine, een medicijn tegen malaria uit de negentiende eeuw dat Nederland lange tijd als enige land ter wereld op grote schaal produceerde.  Een interessant onderwerp, maar ik schreef het niet overal even meeslepend op. In het artikel zaten zinnen als:

Van de bast van de kinaboom werd een drankje gemaakt dat de malariaparasiet doodde.

Meer dan 90 procent van alle kinine werd in Nederlandse kolonies geproduceerd

Jaarlijks werd ongeveer 7000 ton kinabast en 180 ton pure kinine verscheept naar andere landen

De eindredacteur onderstreepte ze en schreef erbij: ‘Heel veel lijdende vormen, herschrijven alsjeblieft.’ En ze had gelijk.  Zinsconstructies zoals hierboven zijn passief van aard, er zitten geen handelende personages in. Daardoor halen ze de vaart uit het verhaal. Actief schrijven verdient altijd de voorkeur.

Wat is een passieve zin?

In een lijdende zin is het onderwerp niet actief. Het ondergaat slechts een handeling en laat zich dus als het ware gebruiken – inderdaad, een beetje zoals een passieve bedpartner.

In een actieve zin zeg je bijvoorbeeld:

Lola neemt de taxi naar huis

Zeg je hetzelfde in een lijdende zin, dan is Henk opeens heel passief

Lola wordt door een taxi naar huis gebracht

Lijdende zinnen zijn alleen omslachtig. ze zijn vaak ook vaag, omdat niet precies duidelijk is wie de handeling uitvoert. Kijk nog eens naar deze zin uit mijn artikel.

Van de bast van de kinaboom werd een drankje gemaakt dat de malariaparasiet doodde.

Maar wie verwerkt de bast nu precies tot een drankje tegen malaria? Dat blijft een raadsel door de passieve constructie.

Toen ik de zin omboog naar een actieve vorm, veranderde dat. Er ontstond een krachtiger beeld en meer actie.

Indianen in Peru maakten van de bast van de kinaboom een drankje dat de malariaparasiet doodde.

Kortom: lijdende zinnen maken een verhaal meestal niet sterker. In dit artikel zet ik daarom op een rijtje hoe je passieve taalconstructies opspoort, hoe je ze ombuigt, maar ook wanneer ze juist wel van pas komen in een artikel.

Read more

X6QWalnA

Ga je een reisverhaal schrijven? Zet dan alsjeblieft niet in je artikel dat de bevolking zo aardig is. Dat is zomaar een tip van Iris Hannema, ook wel ‘de stoerdere versie van Floortje Dessing‘ genoemd. Als iemand weet hoe je een reisverhaal schrijft, is zij het. Hannema bezocht 100 landen en schreef verhalen voor onder meer National Geographic, nrc.next, Vogue, en Trouw. Een greep uit haar werkplekken van de laatste 10 jaar: een boot op de Amazone, de sloppenwijken van Rio en een salsaclub in Addis Abeba.

Klinkt als een jaloersmakende baan, maar een reisverhaal schrijven is niet alleen maar spannend en avontuurlijk. Hannema zit ook grote delen van de dag te werken achter haar laptop. Hoe verwerkt ze haar ervaringen tot aansprekende artikelen? Welke woorden vermijdt ze en vanuit welk perspectief schrijft ze graag?

Zeven vragen aan één van de beste reisjournalisten van Nederland. Ga je zelf een reisverhaal schrijven, opletten!

Read more

zakelijke mail

In deze post lees je een klein drama over een zakelijke mail die ik stuurde, maar je krijgt ook informatie over de seksuele gewoontes van vleermuizen.

‘Hij heeft nog steeds niet geantwoord’, zei ik tegen een kantoorgenoot. Ik was heen en weer aan het mailen met een redacteur van een krant over een reisverhaal dat ik wilde maken. Ongeduldig zat ik te wachten totdat hij mijn laatste bericht zou beantwoorden, al drie dagen checkte ik om het halfuur in mailbox.

Ik was eerst vooral verontwaardigd dat hij niet reageerde. Toen besefte ik: zelf wacht ik soms ook lang met het beantwoorden van e-mails. Zelfs als ik weet dat de afzender erop zit te wachten.

Vorig jaar schreef ik een artikel in de Volkskrant over de vraag waarom het zo lastig is om praatjes aan te knopen met vreemden. Mijn mailbox zat een dag later vol met mails van mensen die zich in het verhaal herkenden.

Ik beantwoordde ze allemaal, behalve het langste bericht. Het kwam van een vrouw die regelmatig probeerde om praatjes te maken met onbekenden, maar meestal werd afgewimpeld.

Ze vroeg hoe ik te werk was gegaan, wat ik van haar verhaal vond, of haar aanpak niet raar was en ze deed een paar jeugdervaringen uit de doeken.  Het mailtje bestond uit zeker zes alinea’s met vragen en ervaringen.

Ik was vereerd door haar mail, maar ook geïmponeerd. Door de lap tekst had ik het gevoel dat ik een lange, indrukwekkende e-mail moest terugsturen, maar ik wist niet precies wat ik haar moest schrijven. Daarnaast had ik die dag een deadline.

Ik stelde het antwoord uit.

Mijn zakelijke mail over het reisverhaal aan de redacteur was vergelijkbaar met de mail van de vrouw. Het bericht bevatte meerdere vragen: wat vond hij van het idee voor het reisverhaal? Wat dacht hij van de route?  Ik begon ook over de onkosten die wilde hebben en ik gooide een balletje op over een fotograaf die ik wilde meenemen en hoe veel zij zou kosten.

Het is niet zo gek dat hij het antwoord uitstelde. Een zakelijke mail is geen brief waar mensen voor gaan zitten met een kop koffie, ze willen snel door met hun werk.

Je kunt een mailwisseling volgens mij vergelijken met een gesprek. Als iemand vijf minuten aan het woord blijft, verlies je je aandacht.

In het vervolg van deze post krijg je 7 tips voor minder langdradigheid in je mails.

Read more

Meisje in de trein

Paula Hawkins had lange tijd dezelfde baan als ik: ze was freelance journalist. Toen ik in 2013 debuteerde met mijn eerste thriller, schreef Hawkins ook aan een spannend boek, Het meisje in de trein. Het boek gaat over een vrouw die vanuit de trein getuige is van een schokkende gebeurtenis in een huis langs het spoor. Ze stapt naar de politie, waarna haar leven drastisch verandert.

Waar ik met Savelsbos ongeveer 3.0000 exemplaren verkocht, brak Hawkins vorig jaar alle records met Het meisje in de trein. Het boek is alleen in de Verenigde Staten al meer dan drie miljoen keer verkocht.

Hoe kreeg ze dat voor elkaar? Ik mailde Hawkins zeven vragen over het schrijven van Het meisje in de trein. Hieronder de vragen & antwoorden.

Read more

Schrijver van Alice in Wonderland

Een stotterende wiskundeleraar met een voorliefde voor drugs en een verdacht grote interesse in kinderen. Dat is het beeld dat vaak wordt geschetst van Lewis Caroll, de schrijver van Alice in Wonderland. Hij zou bij het schrijven van zijn wereldberoemde boek zijn geïnspireerd door een 11-jarig meisje op wie hij heimelijk verliefd was. Verder zou hij het verhaal hebben bedacht onder invloed van paddenstoelen met een hallucinerende werking. Maar wat klopt er van die anekdotes? Wie was Lewis Caroll en hoe kwam hij op het idee voor Alice in Wonderland?

Read more

hoe citeer je

Ik lees niet graag oude artikelen van mezelf, vooral vanwege de lange citaten. In mijn eerste jaren als journalist maakt ik consequent dezelfde fout bij het citeren van geïnterviewden: ik gaf ze te veel ruimte. De citaten in mijn artikel bestonden soms uit zes of zeven zinnen. De mensen die ik had gesproken, kwamen over als spraakwatervallen.

Hieronder een voorbeeld uit een artikel dat ik vijf jaar geleden voor Intermediair schreef. In het stuk citeerde ik neurobioloog Dick Kraaij over de invoering van het studiehuis, een schoolsysteem waarbij leerlingen meer eigen verantwoordelijkheid krijgen. De geïnterviewde vond dat geen goed idee.

“Als neurobioloog kan zie ik de invoer van het studiehuis met lede ogen aan. De hersenen van 16-jarige mensen zijn simpelweg nog nog niet klaar om zo veel eigen verantwoordelijkheid te nemen, in zekere zin is hun brein nog te licht. Het gedeelte van het brein dat is betrokken taken zoals planning, zelfbeheersing en het delegeren van taken groeit nog tussen het achttiende en vierentwintigste levensjaar. Het is niet voor niets dat het studiehuis op middelbare scholen een mislukking is geworden.”

Op zich een interessant betoog. Maar de meeste zinnen hierboven had ik niet tussen aanhalingstekens moeten zetten. Ze hebben namelijk geen toegevoegde waarde als citaat. Het is uitleg, en iets uitleggen kun je altijd beter in je eigen woorden – door te parafraseren.

De hersenen van scholieren volgens neurobioloog Kraaij ‘te licht’ voor het studiehuis. De hersenschors – het voorste deel van het brein –  is pas rond het 21e levensjaar volgroeid. En dat is nu juist het hersendeel dat je nodig hebt voor planning, zelfbeheersing en het delegeren van taken. “16-jarigen zijn nog niet klaar om veel eigen verantwoordelijkheid te nemen”, zegt Kraaij. “Het is niet zo gek dat het studiehuis op middelbare scholieren een mislukking is geworden”.  

Als je parafraseert, heb je meer vrijheid, omdat je niet letterlijk hoeft te herhalen wat de geïnterviewde zei.  Je kunt de informatie daardoor scherper en aantrekkelijker opschrijven. Zo ontstaat er een betere alinea die meer richting geeft aan je verhaal.

Citeren

Het percentage aan citaat in mijn artikelen ligt nu ongeveer de helft lager dan in mijn beginjaren als journalist. Sommige stukken bestonden destijds voor zeker 30 tot 40 procent uit citaten.

Dat vele citeren is volgens mij luiheid. Je schrijft precies op wat de geïnterviewde heeft gezegd en hoeft zelf niet te zoeken naar originele formuleringen.  Nu kies ik vaker voor parafraseren in plaats van citeren. Ik schat ik dat ongeveer 10 tot 15 procent van mijn artikelen tussen aanhalingstekens staat.

Volgens mij moet je een geïnterviewde alleen citeren in de volgende gevallen.

Read more

achtergrondartikel

Als ik vastloop bij het schrijven van een achtergrondartikel, gebeurt dat meestal in de derde of vierde alinea. Zo verslikte ik me een tijd geleden in een stuk voor KIJK.  Het artikel ging over de vraag waarom  chimpansees zo vaak gewelddadig gedrag vertonen naar elkaar.

In de eerste alinea’s schetste ik twee moorden waarbij chimpansees werden vermoord door soortgenoten. Wat mij betreft een pakkende opening. Maar daarna ging het mis. In de derde alinea begon ik meteen te vertellen over het wetenschappelijk onderzoek naar het geweld onder chimpansees (zie eerste versie). De lezer blijft op dat moment met vragen zitten: waar gaat dit artikel precies heen? Waarom moet ik doorlezen? Wat ga ik nog te weten komen?

De eindredacteur mailde me dan ook met commentaar. ‘Volgens mij moet je iets veranderen aan het begin, dat loopt nog niet lekker. Ik mis de alinea die me introduceert in het verhaal.’

Achtergrondartikel zonder notendop

Hij had gelijk. Het is goed om een achtergrondartikel te beginnen met een anekdote waarmee je de lezer nieuwsgierig maakt en emotie oproept. Maar daarna moet je ter zake komen met de zogenoemde nut graph (of notendop-alinea). Het is de belangrijkste alinea van je verhaal, een soort wegwijzer waarin je in het kort uitlegt waar het artikel over gaat en wat de lezer erin te weten zal komen.
Als dit stuk tekst ontbreekt, heb je grote kans dat je publiek afhaakt. Hieronder leg ik je uit hoe je zo’n ‘notendop-alinea’ schrijft en aan welke vijf kenmerken de paragraaf nog meer moet voldoen

– zoals je begrijpt, heb je zojuist de nut graph van dit achtergrondartikel gelezen –

Read more

inkorten

‘Ik denk dat ik in mijn leven al zeker 1000 keer ‘het feit dat’ heb geschreven, waarna ik het zinsdeel ongeveer 500 keer weer heb verwijderd. Dat ik het in de helft van de gevallen heb laten staan, maakt me verdrietig.’

Met deze zelfkritiek opent schrijver E.B. White zijn boek The Elements of Style, een flinterdunne maar inmiddels klassieke stijlgids voor schrijvers.

Herkenbaar. Een zin waarin je de constructie ‘het feit dat’ gebruikt, wordt altijd langer en ingewikkelder dan nodig. En toch moet ik het vaak schrappen uit mijn eerste versies van artikelen. Deze week schreef ik in een artikel over niertransplantaties de volgende zin:

Ze is gewend geraakt aan het feit dat ze dagelijks insuline moet spuiten.

Bij het herschrijven schrapte ik ‘het feit dat’ en de de zin werd onmiddellijk krachtiger.

Ze is eraan gewend dat ze dagelijks insuline moet spuiten.

Er zijn meer van dit soort overbodige, formele zinsdelen die ik vaak gedachteloos gebruik in eerste versies, zoals ‘de reden daarvan is…’, ‘niet voor niets’, of ‘in termen van’. Ook in artikelen van andere schrijvers zie ik dit soort formuleringen soms terugkomen.

Zinsdelen schrappen

Ik vermoed dat we dit soort taal allemaal onbewust gebruiken om zinnen iets gewichtigs te geven, misschien om onze eigen onzekerheid te temperen. Het werkt natuurlijk averechts. Als je ‘het feit dat’ schrijft, wordt iets niet opeens een feit. Het staat eerder een beetje geforceerd en plechtstatig. Daarnaast word je zin omslachtiger omdat je een bijzinnetje toevoegt na het woord je ‘dat’.

In The Elements of Style verklaart White samen met zijn mede-auteur (de illustere taalprofessor William Strunk) de oorlog aan dit soort langdradig taalgebruik.

Het boekje stamt uit 1918 en is gericht op de Amerikaanse taal, maar ook Nederlanders kunnen er veel van leren.

De conclusie van de auteurs:

‘Een zin zou geen onnodige woorden moeten bevatten en een paragraaf geen onnodige zinnen, net als dat een tekening geen onnodige lijnen bevat en een machine geen onnodige onderdelen’

Geïnspireerd door Strunk en White verklaar ik mijn eigen oorlog aan 9 onnodige zinsdelen waaraan ik me erger in mijn eigen teksten, en soms ook in teksten van anderen. Schrap deze zinsdelen liever nu dan straks uit je teksten.

Read more

eindredacteur

‘Het is kinderachtig’, zei een collega laatst tegen me. ‘Maar als ik een een mailtje krijg van een eindredacteur met wijzigingen in mijn artikel, is mijn eerste reactie: Wel verdomme! Wat een onzin! ‘Later besef ik altijd dat de eindredacteur eigenlijk wel een punt heeft en mail ik iets braafs terug.’

Zelf reageerde ik in mijn beginjaren als freelance journalist te snel en te verbolgen als de redactie kritiek uitte op één van mijn artikelen. Ik stuurde vaak per omgegaan een mail terug.  ‘Dat woord in de laatste regel kun je echt niet veranderen.’ Ik heb zelfs ooit iets belachelijks gemaild als: ‘Ik denk echt dat het stuk goed is zonder deze wijzigingen, als jij vindt van niet, dan moet je het maar niet publiceren.’

Onlangs zat ik aan de andere kant van de tafel. Ik viel in als eindredacteur bij een tijdschrift en deed mijn uiterste best om nuttige opmerkingen te plaatsen bij artikelen van freelancers.

Een paar dagen later hing één van de auteurs aan de telefoon. Hij klonk lichtelijk verontwaardigd en deed eigenlijk al mijn opmerkingen af als gezeur. Kortom: hij reageerde zoals ik zelf zo vaak heb gereageerd.

Ik denk dat iedere schrijver of journalist soms in deze valkuil trapt. Weinig werk is zo persoonlijk als schrijven: een tekst komt rechtstreeks uit jezelf, het zijn jouw gedachten, maar dan op papier. Als iemand je artikel meteen wil veranderen, voelt het een beetje alsof een kind dat je net hebt gebaard onmiddellijk een facelift krijgt, omdat het te lelijk is.

Kortom: een schrijver vat kritiek van de eindredactie volgens mij vaak onbewust te persoonlijk op, terwijl de eindredacteur simpelweg het verhaal beter wil maken.

Ik verbied mezelf daarom al enkele jaren om verbolgen te reageren op kritiek van eindredacteuren. Als ik een kritisch mailtje ontvang, ga ik een rondje hardlopen of een nachtje slapen om ‘de navelstreng’ met mijn artikel door te knippen.

Daarna kijk ik nog eens naar de wijzigingen met deze 7 geboden in gedachten.

Read more

Bart-Jan Kazemier

“Als je een e-mail schrijft, heb je tot op zekere hoogte hetzelfde doel als bij een thriller”, zegt Bart-Jan Kazemier. “Je wilt de aandacht van je lezer grijpen en vasthouden.”

Kazemier is de schrijver van de thriller Drone. Het boek kreeg vijf sterren in de Volkskrant en is genomineerd voor de Gouden Strop, de prijs voor de beste Nederlandse thriller van 2016. Zijn schrijfstijl is helder, krachtig en meeslepend. Maar hoe is dat als hij een doodgewone e-mail schrijft?

In een interview met Schrijfvis geeft de voor de Gouden Strop genomineerde thrillerauteur schrijftips voor in het dagelijks leven. En wees gerust, hij moedigt je niet aan om moordscenes in je mails te verwerken. ‘Een e-mail of een pitch spannender maken, kan met simpele zinnetjes en een vleugje mysterie.’

Read more