nieuwe betekenis

Hoe vaak gebeurt het dat iemand letterlijk met zijn neus in de boter valt? Volgens het Eindhovens Dagblad is het voetballer Bart Ramselaar laatst overkomen. Tenminste, als je het woord letterlijk ook letterlijk opvat. In deze post bespreek ik vijf woorden die in spreektaal langzamerhand een nieuwe betekenis hebben gekregen. In hoeverre is het slim om deze uitdrukkingen te gebruiken in je teksten?

Het stond er heel duidelijk, op 14 oktober 2016, in een nieuwsbericht van het Eindhovens Dagblad.

Eerder dan verwacht speelt Bart Ramselaar al meer dan een bijrol bij PSV. (…) Hij is letterlijk en figuurlijk met zijn neus in de boter gevallen bij PSV. 

Op het eerste gezicht kan er geen misverstand bestaan over wat de journalist hier bedoelt. De uitdrukking ‘met je neus in de boter vallen’ moet hier niet alleen figuurlijk moet worden geïnterpreteerd (Bart Ramselaar is op het juiste moment op de juiste plek) maar ook letterlijk.

Is Ramselaar een keer gestruikeld op de training en met zijn gezicht in een pakje boter gevallen dat toevallig op het veld lag?

Woorden met een nieuwe betekenis

Oké het is een beetje flauw om de woordkeuze van de schrijver zo kritisch te analyseren. Waarschijnlijk kiest hij gewoon voor een wat ongelukkige formulering. Maar het voorbeeld geeft wel aan de dat de betekenis van het woord letterlijk steeds minder eenduidig is. Ook in spreektaal wordt letterlijk steeds vaker gebruikt om iets te benadrukken – zonder dat letterlijk moet worden opgevat.

Ik ben er letterlijk ziek van.

Ik ging letterlijk dood van vermoeidheid.

In het woordenboek heeft letterlijk dan ook een extra betekenis gekregen, namelijk ‘echt’.

Naast letterlijk zijn er meer woorden die in de spreektaal een nieuwe functie hebben gekregen, zoals oprecht, ziek, gruwelijk en lauw. Wanneer kun je als schrijver gebruik maken van dit soort neologismen, en wanneer kun je dat beter laten?

Read more

cadeaus voor schrijvers

Voordat ik mijn lijstje deel met de beste cadeaus voor schrijvers – eerst aandacht voor het meest zinloze geschenk dat ik ooit ontving. Het heeft een vacht, een usb-stekker en gaat harder lopen als je snel typt.

Ik kreeg deze USB-hamster voor de grap van collega’s toen ik in 2009 vertrok bij de jeugdkrant Kidsweek. Natuurlijk sloot ik ‘m meteen aan op mijn computer. En inderdaad: het pluche diertje stemt zijn drafje keurig af op je schrijftempo (zie filmpje). Ik heb er vijf minuten veel lol van gehad. Na die eerste keer heb ik ‘m eigenlijk nooit meer gebruikt (en laten we eerlijk zijn, het ding heeft ook geen functie).

Cadeaus voor schrijvers

Als je een cadeau zoekt voor een schrijvende vriend/vriendin of familielid zou ik dit hamster zeker niet aanraden. Het dier ligt op dit moment stof te happen in mijn gangkast. Maar in de afgelopen jaren heb ik ook enkele cadeaus gekregen die me wél hebben geholpen of geïnspireerd bij het schrijven. Ook heb ik zelf enkele aankopen gedaan die ik zonder aarzelen zou aanraden als cadeau voor schrijvende familieleden.

Hieronder een overzicht van beste cadeaus voor schrijvers in de vorm van 11 cadeautips.

Read more

hen of hun

Wanneer schrijf je hen en wanneer schrijf je hun? Ik durf te stellen dat ik de meeste spellingregels goed begrijp. En na tien jaar werkervaring als journalist zou je denken dat ik ook deze taalregel wel onder de knie moet hebben. Maar tot mijn schaamte maak ik bij de keuze voor hen of hun soms nog steeds fouten.

Is het onderscheid tussen hen of hun zo moeilijk, of ben ik gewoon traag van begrip? In deze post deel ik twee taalblunders. Je leest ook waarom de hen/hun-regel langzaam aan het veranderen is en je kunt luisteren naar de Schrijfvis doet iets met taal-podcast over dit onderwerp.

Read more

zinslengte

Bestaat er een ideale zinslengte? Zelf houd ik me bij het schrijven nooit bezig met de lengte van mijn zinnen.

Maar schrijver Jan Brokken beschrijft in zijn geweldige schrijfboek  De wil en de weg hoe hij op de School van Journalistiek werd gedrild om een gemiddelde zinslengte van 15 woorden aan te houden. Zijn leraar Nederlands (meneer Blok) had daar een speciale trainingsmethode voor.

‘We moesten een artikel van drie pagina’s schrijven. Vervolgens moesten we het aantal woorden tellen, dit aantal delen door het aantal zinnen en het cijfer onder het artikel schrijven, bijvoorbeeld 20,7. Vervolgens moesten we het artikel herschrijven en uitkomen op vijftien. De marge was zeer gering: 0,1 of 0,2, beslist niet groter.’

Meneer Blok baseerde zijn lesmethode op een Amerikaans onderzoek waaruit bleek dat lezers een tekst als vlot en prettig leesbaar ervaren als de gemiddelde zinslengte rond de 15 woorden ligt (deze zin is dus te lang).

Zinslengte

Gelukkig zat ik niet in de klas van meneer Blok. Na het lezen van het hoofdstuk berekende ik de gemiddelde zinslengte  van mijn boek Savelsbos met behulp van deze zinslengte-calculator. Deze thriller schreef ik in 2012 en verkocht ik uiteindelijk aan uitgeverij Cargo. Blok had hem waarschijnlijk afgekeurd – de gemiddelde zinslengte was 12,4 woorden.

Maar meneer Blok gaf les in de jaren zestig. Inmiddels is er veel meer onderzoek naar zinslengte gedaan waaruit blijkt dat de ideale lengte van je zinnen vooral afhangt van je publiek. Welke zinslengte gebruik je bij welk soort tekst?

Leesniveau’s: van A1 tot C2

Read more

Schrijfvis heeft iets nieuws. In de mini-podcast ‘Schrijfvis doet iets met taal’ bespreek ik samen met taalkundige Wouter van Wingerden (van het blog doetietsmettaal.nl) in drie minuten een interessante taal- of schrijfkwestie. In deze uitzending: contaminaties.

Mag je schrijven: ‘ik heb dat uitgeprint’, of moet het zijn: ‘ik heb dat geprint’?

Podcast: ‘moet dit overnieuw?’

Veel regels over contaminaties zijn niet zo streng als vaak wordt aangenomen. In deze podcast antwoord op de volgende vragen:

  • Is uitprinten nu echt een fout werkwoord?
  • Mag je zeggen: ‘dit moet overnieuw’?
  • Hoe ontstaan dit soort verhaspelingen van twee uitdrukkingen?

 

Read more

geld verdienen met bloggen

Geld verdienen met bloggen is soms een kwestie van mazzel hebben. In deze post lees je hoe ik door een impulsaankoop van een rijke kunstliefhebber op één dag 333,96 euro verdiende met Schrijfvis.nl. Ook krijg je een overzicht van de 11 meest lucratieve inkomstenbronnen voor bloggers.

Lange tijd dacht ik dat je met bloggen weinig tot niets kon verdienen. Ik schreef als freelance journalist uitsluitend voor kranten en tijdschriften, omdat ik dan achteraf een rekening kon sturen (meestal ongeveer veertig cent per woord). Dit blog begon ik puur voor mijn plezier. Op internet is alle informatie gratis en kun je als schrijver geen droog brood verdienen – dacht ik.

Maar al snel merkte ik dat je als blogger soms op een verrassende manier extra inkomsten kunt verwerven als je een blog begint.

Read more

roman schrijven

Een roman schrijven, soms lijkt het een doodlopende weg.

Toen ik aan mijn boek Savelsbos werkte, kon ik maar geen goede ontknoping bedenken. In het verhaal verdwijnt een 12-jarig meisje na een spel met haar vrienden in een bos en wordt ze nooit meer gevonden. Maar wat was er nu precies met haar gebeurd?

Maandenlang kreeg ik het niet helder op papier. Ik sloot mezelf dagelijks op voor brainstormsessies mijn studeerkamer, schreef verschillende eindes, maar het boek bleef zonder goede ontknoping. Soms zat ik bijna letterlijk aan de deurknop van mijn studeerkamer te sabbelen omdat ik geen inspiratie had. Wat moet je doen als je vastzit bij het schrijven van een roman?

Roman schrijven

Als iemand uit mijn kennissenkring het weet, is het Wytske Versteeg. Ze debuteerde in 2012 met haar eerste roman de Wezenlozen, tegelijkertijd met mij. Maar toen ik mijn contract voor een tweede boek inleverde omdat ik het schrijfproces te lastig vond, schreef zij vrolijk verder. Inmiddels heeft ze vier romans gepubliceerd (De Wezenlozen, Boy, Quarantaine en Grime) en-won ze de BNG Literatuurprijs.

Naast auteur is Versteeg ook schrijfdocent. Ze geeft schrijfcursussen aan beginnende romanschrijvers.

In dit interview onthult ze haar favoriete technieken om een goede roman te schrijven. Ook presenteert ze 7 schrijfoefeningen die je over het dode punt kunnen helpen bij het schrijven van die lastige passage of een goed einde voor je roman.

Read more

begrijpelijk schrijven

Zelfs vissen zitten tegenwoordig aan de antidepressiva. Tenminste, dat had je kunnen denken bij het lezen van een berichtje dat ik onlangs schreef voor Nu.nl.

Het stuk ging over een opmerkelijke bevinding van Amerikaanse wetenschappers. Ze troffen de resten van medicijnen tegen depressiviteit aan in de hersenen van tientallen vissen.

In het stuk legde ik uit om welke soorten het ging (onder meer baarzen en rietvoorns) en waar deze dieren waren gevangen (in de Grote Meren bij de Niagarawatervallen). Ook schreef ik op welke stoffen er precies in de hersenen van de vissen waren aangetroffen, en wat de antidepressiva voor effect hebben op het brein van de dieren (ze worden er suf van en slaan geen acht meer op roofdieren).

Pas toen een collega een simpele vraag aan me stelde, drong het tot me door dat mijn stuk niet bepaald het toonbeeld van begrijpelijk schrijven was. ‘Leuk stuk over die vissen’, zei hij. ‘Maar één ding snap ik niet: hoe komen die antidepressiva in de hersenen van vissen terecht?’

Begrijpelijk schrijven

Bij het horen van zijn opmerking kon ik mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Het is logisch dat een lezer als eerste wil weten hoe een vis aan antidepressiva komt (er leven geen psychiaters op de zeebodem). Waarom had ik de meest voor de hand liggende vraag in het onderzoek niet beantwoord?

Het had te maken met voorkennis. Ik ben al ruim tien jaar wetenschapsjournalist en heb meerdere stukken geschreven over de resten van medicijnen die in riolen belanden. Zo publiceerde ik eerder over vissen die vrouwelijker worden door medicijnresten in het water. Inmiddels is het voor mij als wetenschapsjournalist voor de hand liggend dat deze resten via het riool in zee belanden, daardoor vergat ik dit uit te leggen aan de lezer: een beginnersfout.

Voorkennis is één van de grootste handicaps bij het schrijven van artikelen voor een breed publiek. Soms heb je zo veel ervaring met een bepaald onderwerp dat je denkstappen overslaat in je uitleg. Dit is de reden dat artikelen uit het bedrijfsleven of de wetenschap vaak onleesbaar zijn voor buitenstaanders. Deze stukken staan vol met jargon, afkortingen en redeneringen die alleen voor insiders zijn te volgen.

Uiteindelijk kon ik het stuk over de vissen op nu.nl gemakkelijk verduidelijken door een zin toe te voegen. Maar de misser maakte er weer eens van bewust hoe belangrijk het is om je bewust te zijn van  voorkennis.

De kunst van begrijpelijk schrijven is om je tijdens het schrijfproces in de huid van een leek te kruipen en al je voorkennis los te laten. Maar hoe doe je dat? Voor mezelf en andere schrijvers die voor een breed publiek schrijven: 5 tips.

Read more

kantoortaal

Met hulp van Japke-d. Bouma heb ik in deze blogpost wat ‘toegevoegde waarde geco-creeërd’. Ja, kantoortaal komt goed van pas als je je op je werk interessanter wilt voordoen dan je bent.

‘Daarom zijn er bijvoorbeeld enorm veel synoniemen voor vergaderen’, zegt Bouma, NRC-columnist en deskundige op het gebied van kantoortaal. ‘Als je de hele dag alleen maar zit te vergaderen, kun je dat op minstens zeven manieren zeggen of in de agenda schrijven, zodat het lijkt alsof je veel verschillende en belangrijke dingen doet.’

  1. ‘We hebben een standup’ – dat is een ochtendvergadering waarbij je staat.
  2. We gaan even zitten – zittend vergaderen dus.
  3. We gaan even brainstormen – dat is eigenlijk ook gewoon vergaderen.
  4. ‘We hebben een meeting’ – Engels klinkt interessanter.
  5. We gaan even sparren’ – ja, vergaderen dus weer.
  6. We hebben een bila’tje – een bilateraal overleg, met twee personen dus.
  7. ‘We hebben een een trila, trilateraal overleg, als je met z’n drieën bent.

Bouma’s column over kantoortaal in NRC is één van de populairste rubrieken uit de krant, waarschijnlijk omdat haar voorbeelden (van uitrollen tot agile werken en scrummen) voor veel mensen zo herkenbaar zijn.

Onlangs verscheen haar nieuwe boek over kantoorclichés: Ga zelf lekker in je kracht staan. In dit interview bespreekt Bouma in totaal 25 jeukwoorden (vet gedrukt). Ook lees je welke misverstanden er kunnen ontstaan als je teksten te veel kantoortaal en ander jargon bevatten.

Read more

contaminatie

Als schrijver maak je geen sterke indruk wanneer je twee uitdrukkingen door elkaar haalt en combineert tot een niet bestaand werkwoord of gezegde (een contaminatie heet dat, er zit er ook één in de kop van dit artikel).

Toch gebeurde dit me bijna bij mijn eerste interview over mijn thriller Savelsbos. Vlak voordat ik werd gebeld door een verslaggever van de website Mustreads, vertelde ik aan een collega waar ik het interview over zou gaan – over de kans dat mijn eerste boek meteen een bestseller zou worden.

‘Die kans is natuurlijk klein, want ik ben geen Stephen King of een andere bekende schrijver’, zei ik. ‘Ik hoop dat mijn boek bekend wordt door mond-op-mond-reclame van de lezers.’

‘Mond-op-mond-reclame?’ Mijn collega keek me lachend aan.  ‘Wat bedoel je daarmee? Wil je dat mensen anderen vol op de mond zoenen als ze  over het boek vertellen?’

Eerlijk is eerlijk: het drong niet meteen tot me door. Maar ik had de uitdrukking mond-tot-mond-reclame verward met met mond-op-mond-beademing en gecombineerd tot mond-op-mond-reclame. Het gênante was dat ik de fout niet voor het eerst maakte. Ik was altijd in de veronderstelling geweest dat mond-op-mond-reclame de juiste uitdrukking was. Kortom: ik had last van een ruim dertig jaar durende contaminatie.

Contaminatie

Op zich is het natuurlijk geen schande om twee uitdrukkingen te vermengen, het gebeurt bijna iedereen wel eens. Zelfs in kwaliteitskranten en op de websites van gerenommeerde bedrijven en organisaties kom je contaminaties tegen.

Toch schaamde ik mezelf een beetje – had iemand me niet twintig jaar eerder kunnen corrigeren, op een leraar Nederlands op school bijvoorbeeld? Gelukkig maakte ik de fout door het gesprek met mijn collega uiteindelijk niet in het interview met Mustreads. De kop van het artikel was: ‘Ik geloof in ouderwetse mond-tot-mond-reclame.’

Om de kans op nieuwe taalblunders te verkleinen, verzamelde ik voor deze blogpost de meest voorkomende contaminaties in het Nederlands. Bij welke uitdrukkingen is de kans het grootste dat je in de fout gaat? Een overzicht.

Read more

Ontvang maandelijks de beste schrijftips (gratis)

Verhelder je teksten